
Maak kennis met Heinrich: het gezicht achter de kraam
Verhalen uit de buurtHEERENVEEN - Al 34 jaar staat Oliebollenkraam Guhnen van oktober tot en met december in het centrum van Heerenveen. De oliebollen van Heinrich en Miranda zijn bij veel inwoners vaste prik, maar wie zijn de mensen achter de kraam eigenlijk? RondOm Heerenveen ging langs op het Burgemeester Kuperusplein om eens kennis te maken met de oliebollenbakkers.
Heinrich groeide op tussen de oliebollen. Als kind liep hij al rond in de kraam van zijn oom, terwijl zijn ouders op de kermis werkten. Op zijn achttiende besloot hij zelf ondernemer te worden. “Je bent jong en je wilt wat,” blikt hij terug. “Ik verdiende destijds een zakcentje bij mijn oom en vond het werk in de oliebollenkraam leuk, dus toen was de keuze voor een eigen zaak snel gemaakt.” Dat gold ook voor het besluit om in de winterperiode in Heerenveen te gaan staan. “Wij wonen zelf in Apeldoorn, maar mijn ouders stonden hier vroeger altijd met Pinksteren op de kermis. Toen de marktmeester van het dorp mij een keer vroeg wat ik in de winter deed, aarzelde ik geen moment. Vanaf dat moment stond ik met mijn kraam in de Sievenstraat.”
Vaste klanten
Zes dagen per week – van maandag tot en met zaterdag – rijden Heinrich en zijn vrouw naar het noorden. De reistijd bedraagt in totaal ruim twee uur per dag, maar aan een standplaats dichter bij huis denken ze geen van beiden. “We staan hier al zo lang dat we inmiddels een mooie klantenkring hebben opgebouwd. Waarom zouden we ergens anders heen gaan, als het hier nog steeds goed bevalt?” Ondanks de verhuizing van de Sievenstraat naar het Burgemeester Kuperusplein weten mensen de kraam nog altijd goed te vinden. “Het is maar een meter of twintig verderop. Er zal de komende jaren misschien weer wat veranderen omdat het centrum wordt vernieuwd, maar daar maak ik me geen zorgen over. De gemeente Heerenveen is heel behulpzaam.”
Hoewel Heinrich al zijn hele leven wordt omringd door oliebollen, heeft hij er nog lang geen genoeg van. “Ik eet er elke dag nog wel eentje,” vertelt hij opgewekt. Zijn persoonlijke favoriet blijft de krentenbol, maar, benadrukt hij: over smaak valt niet te twisten. “In Heerenveen is de simpele, witte oliebol het populairst, terwijl die in de Randstad een stuk minder goed wordt verkocht. Vroeger hadden we de AD Oliebollentest, die aan de hand van allerlei criteria beoordeelde hoe goed een oliebol was. Geen enkele oliebollenbakker was het daarmee eens. Smaken verschillen, maar één ding is zeker: voor een goede oliebol heb je gewoon goede producten nodig.”
Familiebedrijf
Nu het einde van het jaar nadert, vliegen de oliebollen in groten getale de frituur in. Hoeveel precies wil Heinrich liever niet weten. “Het zullen er honderden per dag zijn, maar als ik daar te veel bij stilsta, word ik er misschien wel moe van,” lacht hij. De voorbereiding op die drukke periode verloopt al jaren volgens hetzelfde patroon en gaat inmiddels zo goed als automatisch. “Elke oliebol gaat zeven minuten de pan in. Dat worden er geen zes als het druk is — de werkwijze blijft hetzelfde. Dat werkt, want anders zou ik hier ook niet al zo lang staan.”
De oliebollenbakker hoopt nog heel wat jaren in Heerenveen te blijven staan. In ieder geval tot zijn pensioen, maar misschien wel zijn hele leven. “Mits mijn gezondheid het toelaat natuurlijk, je weet nooit hoe het loopt,” zegt hij. Zelfs als Heinrich er ooit mee stopt, blijft de naam Guhnen in Heerenveen bestaan. “Mijn kinderen hebben de liefde voor oliebollen geërfd en staan ook met hun eigen kramen door het hele land, van Groningen tot Bergen op Zoom. Mijn zoon zal het familiebedrijf uiteindelijk overnemen en dan ga ik vast nog wel een paar dagen per week met hem mee.”



























