
Kunstenaar Rein de Vries voelt zich verbonden met de toekomst van de mensheid
CultuurLEEUWARDEN - Leeuwarden kent vele kunstenaars, maar Rein de Vries springt eruit door zijn realistische werken en futuristische ideeën. Al sinds zijn jeugd draait zijn inspiratie om water, schepen en de wereld om hem heen. Ondanks zijn 82 jaar blijft hij scherp van geest en betrokken bij de toekomst.
De Vries werd geboren in 1944, komt niet uit een kunstzinnige familie, maar was wel al vroeg bezig met het maken van kunst. Al in zijn vroegste werken wordt zijn grootste passie zichtbaar: het water en de schepen die daarop varen. Als kunstenaar moet hij hard werken om de kost te verdienen. Overdag geeft hij les, ‘s nachts werkt hij vaak in opdracht, onder andere als ontwerper van kermisattracties. Het zijn soms armoedige tijden; hij bracht zijn kinderen groot met groente uit de tuin en de melk van hun geit. Nu, jaren later, gaat het goed met hem. De inmiddels 82-jarige kunstenaar kampt weliswaar soms met wat gezondheidsproblemen, maar oogt kwiek en opgewekt. Desondanks voelt hij het einde naderen: “Ik ben straks natuurlijk einde verhaal, dan ben ik met een heel groot schip heel ver weg. Er komt nog wel een oorlog, maar ik weet niet hoeveel ik daar nog van ga meemaken.”
Een groot schip, is dat echt hoe hij het hiernamaals zich voorstelt? Hij schudt zijn hoofd: “Ik ben er wel van overtuigd dat er iets overblijft. Alles is informatie en energie, en als we er niet meer zijn, dan zitten we in de cloud.” Hij legt uit hoe hij het verschil tussen leven en dood ziet: “Nu zitten we in drie dimensies, maar op het gebied van tijd in één dimensie. Je kunt alleen maar van A naar B. Als je de pijp uitgaat, dan zit je in een eendimensionale wereld; je bent kleiner dan een punt, maar in de tijd kun je alle kanten op. Je kunt overal naartoe reizen als je wilt, alleen binnen jouw niveau van geestelijk bewustzijn.”
Rein de Vries is niet zomaar een kunstenaar. Wanneer je naar zijn realistische werken kijkt, krijg je het gevoel alsof je door een raampje naar de echte wereld kijkt. Hij leerde de technieken van de klassieke meesters op de twee kunstacademies waar hij studeerde: “Op Minerva kon je het beste het vak leren,” herinnert hij zich. Toch laat deze realist, zoals hij zichzelf wel noemt, zich niet verleiden door één stroming. Op de Academie Vredeman de Vries kon hij naar eigen zeggen het mooiste spelen, en ook daarna bleef hij experimenteren. Zo schilderde hij ooit een zelfportret door de ogen van een vlieg en maakte hij ook ruigere, abstracte werken: “Dat is ook lekker werken hoor, je laat dan veel meer de emotie los.” Toch koos hij er uiteindelijk wel voor zich meer te richten op realistische kunst: “Je kunt het niet zo goed mixen, de ene dag zo ruig en de volgende dag dat fijne. Dat werkt niet voor mij.”
In de toekomst
Dat zijn werk valt binnen het realisme, betekent niet dat het alledaags of gewoontjes is. Sterker nog, hij blijkt een echte visionair te zijn. Tientallen jaren geleden maakte hij al schetsen met waterstofcentrales, zonnepanelen en grote windmolens: “Met veel ideeën zit ik al dertig jaar voor onze tijd, en ideeën die ik jaren geleden heb uitgewerkt, worden nu gerealiseerd.” Het zijn oplossingen voor moderne problemen. Hij ontwierp bijvoorbeeld smalle, modulaire schepen die in zeer ondiep water kunnen varen: “Als straks alle gletsjers zijn gesmolten, dan zullen onze rivieren opdrogen. Dan heb je dus schepen nodig die kunnen blijven varen op ondiep water.” De energietransitie houdt hem ook bezig. Hij ontwierp onder andere grote vrachtschepen die varen met de wind en koppelcars die zich voortbewegen door middel van elektromagnetische levitatie.
In zijn tekeningen werkt hij zijn ideeën zo nauwkeurig mogelijk uit. Hij tekent zijn vernieuwende oplossingen vanuit verschillende perspectieven, ontleedt ze waardoor de mechaniek zichtbaar wordt, en schrijft toelichtingen voor extra context. Er is weinig fantasie nodig om je voor te stellen dat zijn tekeningen in de toekomst overgenomen worden door wetenschappers en engineers. Toch staan ze nu nog niet te springen voor zijn ideeën: “Ze zien kunstenaars slechts als leuke jongens die plaatjes maken. Dertig jaar geleden zei ik al dat ze moesten stoppen met het boren naar gas en dat we met waterstof bezig moesten, maar dat was flauwekul. Nee meneer, zeiden ze, we gaan gewoon kolencentrales maken en dan gaan we die gassen zuiveren. Je wordt aan de kant gezet, maar nu zien we dat die jongens het mis hadden.” Hij denkt even na: “Je moet niet altijd de wetenschappers vertrouwen, maar ja, je kunt mij ook niet helemaal vertrouwen, dat weet ik ook wel.”
Stront aan de knikker
Uit de schetsen en ontwerpen van De Vries blijkt een zekere bezorgdheid over de staat van de wereld: “Ik voel me zeer verbonden met de toekomst van de mensheid. Dat zit continu in mijn hoofd en als het in je kop zit, dan moet dat eruit.” Met lede ogen ziet hij de ontwikkelingen in de wereld aan: “Ze proberen het steeds weer met een grote bek en een dikke vuist. Tweeduizend jaar geleden zei er al eens iemand dat we het een beetje anders moeten doen en er zijn tientallen mensen in de geschiedenis die ons diezelfde wijze raad hebben gegeven. Maar ja, als het ego te groot is, dan houdt het verhaal op.” Hij voelt dat de wereld zich op een kantelpunt bevindt: “Als we zo doorgaan, dan is er geen toekomst meer, dan vergiftig je de hele boel.” Hij wil met zijn kunst mensen wakker schudden: “Ik hoop dat mensen gaan nadenken over de problemen die we nu veroorzaken en dat daar oplossingen voor komen. Dat ze zich ervan bewust worden dat er nu toch echt stront aan de knikker zit en dat er iets moet gebeuren.”
De Vries denkt niet dat hij zal meemaken dat zijn ideeën daadwerkelijk gebruikt gaan worden: “Ik hoop toch dat mijn bijdragen een klein beetje kunnen helpen.” Hij is even stil en sluit dan af: “Maar ik hoop vooral dat ze zullen zeggen: hij was wel een aardige kerel.” In NHL Stenden Gallery is momenteel een overzicht van oude werken en portretten van De Vries te zien. In de Stadsgallerie kun je zijn werken geïnspireerd door de zee, de kust en schepen bewonderen.


























