
‘Elk kind wil kunnen praten over moeilijke thema’s’
CultuurLEEUWARDEN - Wat is het goede doen, wat is een thuis voor jou en mag je stoute dingen doen om te overleven? Het zijn vragen waar iedereen, jong en oud, weleens mee rondloopt. Theologiestudent Joshua Prins uit Leeuwarden merkt dat er steeds minder wordt gepraat over moeilijke thema’s zoals goed en kwaad en de dood, zeker met kinderen. Daarom schreef hij het boek Jens en de Glasbakkabouters: “Jeugdliteratuur is een hele mooie manier om met je kinderen over thema’s te praten die je niet zo snel aan de eettafel bespreekt.”
Joshua is zelf een fervent lezer en dol op fantasy: “Ik ben zo’n iemand die houdt van oude verhalen. Verhalen geven toegang tot bepaald thema’s die in het dagelijkse leven vaak te spannend zijn om te bespreken. Door je te verdiepen in een personage kunnen we dingen voelen die we normaal niet toelaten.” Als hij voor zijn studie theologie het vak ‘creatief schrijven’ kan volgen, twijfelt hij niet. Daar ontstaat het idee om een kinderboek te schrijven, vertelt hij: “Bij kinderboeken heb je eigenlijk drie categorieën: Bijbelverhalen, sprookjes en seculiere verhalen. Bij Bijbelverhalen is het meer vanzelfsprekend om naar die belangrijke thema’s op zoek te gaan, eerder dan bij sprookjes of seculiere verhalen.”
Het idee voor zijn eerste boek Jens en de Glasbakkabouters ontstaat tijdens een wandeling met zijn nichtje: “Eigenlijk weet niemand wat er precies gebeurt in een glasbak, dus gebruikten we onze fantasie. Wat nou als er kabouters leven, die leven van glas. De restjes in het glas is voedsel, de labels worden tot kleding gemaakt en de scherven worden lichtjes. We fantaseerden een heel dorp en hoewel mijn nichtje sceptisch was, ze kent mij ook langer dan vandaag, was het wel heel leuk.”
Wat is het goede om te doen?
Een fantasieverhaal is leuk maar een verhaal, ook eentje voor kinderen, moet betekenis hebben. Daarvan is Joshua overtuigd: “Daarom ging ik zoeken naar een thema die past bij het verhaal. Wat nou als er een regel komt dat je alleen maar schoon glas in de glasbak moet doen? Dan hebben de glasbakkabouters geen eten meer. Wat is dan het goede, hou je je aan de regels, waardoor de wezentjes verhongeren, of luister je niet zodat de kabouters eten hebben?”
Het is niet de enige vraag die de jonge lezers tegenkomen. Als een groepje jonge glasbakkabouters op zoek gaat naar een nieuwe voedselbron, ontmoeten ze Jens. Hij een wees die van koster Niels eten krijgt en op de zolder van de kerk mag wonen: “Jens droomt van een leven waarin hij genoeg geld heeft om alles te kopen en hij weet dat Niels een schatkist vol gouden munten heeft. Hij vraagt de kabouters daarom om hulp om het goud te stelen.” Weer laat het verhaal de (voor)lezer nadenken over een ethisch dilemma: mag je stelen van iemand die je helpt om je eigen dromen na te jagen?
Voor Joshua zelf speelt er nog een ander thema mee: “Ik ben iemand die vroeger veel verhuist is en mij moeilijk ergens thuis kan voelen. Tijdens het schrijven vroeg ik mij heel erg af: als je alles verliest, wat is dan je thuis?” Hij dacht dan vaak aan het Bijbelse verhaal over de verloren zoon: “Jens wil een leven voor zichzelf, met genoeg geld, maar vindt een thuis bij koster Niels. Kan ‘thuis’ dan meer zijn dan een plek?”
Het is niet erg om iets niet te weten
Op het eerste gezicht zijn het best pittige thema’s, waar zelfs grote mensen niet altijd het goede antwoord op weten: “Dat is ook één van de onderliggende thema’s, dat het niet erg is om te twijfelen, om vragen te stellen en het ook niet altijd echt te weten, ook niet als je het verhaal vaker hebt gehoord.” Joshua, die opgroeide met de Bijbel, herkent het bij hemzelf: “Van sommige verhalen uit de Bijbel snap ik nog steeds niets, maar dat is niet erg. We zijn zo gewend dat verhalen behapbaar zijn. Dat oncomfortabele, het niet weten, dat vinden we niet fijn. Ik probeer met het verhaal ook te laten ervaren dat je niet altijd alles zeker hoeft te weten.” Daarmee daagt hij niet alleen de kinderen uit die het verhaal horen of zelf lezen, maar ook de voorlezer.
In de basis is Jens en de Glasbakkabouters een niet-christelijk boek: “Ik vond het belangrijk om juist zo’n boek te schrijven, omdat er maar weinig seculiere boeken zijn die gaan over belangrijke thema’s. Thema’s waar iedereen vragen over heeft, niet alleen gelovige mensen. Ik wil die thema’s bespreekbaar maken.”
Jonge Theoloog des Vaderlands
Joshua is genomineerd voor de Jonge Theoloog des Vaderlands: “Tijdens de Nacht van de Theologie wordt er een Theoloog des Vaderlands gekozen, maar ook een Jonge Theoloog. Dat zijn jonge theologen die een visie hebben om jongeren meer bij het geloof te betrekken.” Elke theologie-opleiding mag één student nomineren en Windesheim koos voor Joshua: “Ik wil nog niet teveel vertellen over mijn plannen, want dat presenteer ik graag voor het eerst in mijn promovideo.” Hij wil wel een tipje van de sluier geven: “Steeds meer kerken komen leeg te staan. Hoe zouden jongeren een kerkgebouw inrichten als wij hen de sleutels zouden geven?” Volgens de theoloog gebeurt dat nu nog veel te weinig: “Hopelijk kunnen we dan eindelijk gaan stoppen met het praten over jongeren en het een rol van betekenis geven. Dat lijkt mij heel waardevol”
Vanaf 7 oktober kun je op Joshua stemmen als Jonge Theoloog des Vaderlands. Het boek Jens en de Glasbakkabouters kun je online bestellen op bol.com of Boekscout.



























