
Column Melissa: Eigenlijk is liefde simpel, je moet er gewoon zijn
ColumnHet is eind juni. De zon schijnt en door de reflectie van het witte zeil op de grond moet ik mijn ogen dichtknijpen. Ik zit op de rand van de dansvloer die midden in het Slingepark in Drachten is geplaatst. Het is zondag, de laatste dag van Simmerdeis. Een dansgroepje betreedt het warme podium, het zijn meiden van een jaar of dertien, gok ik. Licht gespannen kijken ze elkaar aan. Je ziet ze hun plekje op zoeken: de tweede rij, tussen Femke en Amira in, een armlengte verschil en nu naar beneden kijken. De muziek start, de meiden komen in beweging. Een meisje, haar lichtblonde haar in een laag staartje, kijkt het publiek in. In haar gezicht bespeur ik herkenning en opluchting. Tijdens het eerste danspasje gaat haar hand niet omhoog, zoals de rest van haar groepje, maar zwaait ze snel en kort. Als je maar een seconde had weggekeken, dan had je dat gebaar gemist. Als een volleerde danseres pakt ze het volgende pasje op, alsof er nooit wat is gebeurd.
Mijn zusje is ook een danser. Ik heb ontelbaar veel keren naar haar gekeken, tijdens optredens en wedstrijden en tijdens evenementen die ze zelf organiseerde. Het ontroert mij altijd. Ik kan mij nog heel goed herinneren wanneer ik voor het eerst moest vechten tegen de tranen tijdens zo’n optreden. Misschien was het wel voor de eerste keer dat mijn zusje niet alleen zelf meedanste, maar ook een groep kinderen onder haar hoede had. Ze had op het liedje ‘Jij de koning’ van Maaike Ouboter een choreografie gemaakt en deed de pasjes voor, zittend op de grond met de rug naar het podium. De dansertjes keken haar aan, vol spanning en angst maar ook vertrouwen. Terwijl de kinderen van het podium liepen, klapten ouders trots. De waterlanders gloeiden in mijn traanbuizen, ik kan ze nog net beheersen.
Nadat alle groepjes hadden gedanst kwamen ze het podium op. De ouders klapten hun handen hard op elkaar, een staande ovatie, de zaallichten gaan doen. Honderden kleine oogjes op zoek naar hun persoon: hun vader of moeder, opa, oma, beppe, pake, juf, meester, broertje, tante of oppas. Ouders roepen hun kind, zwaaien en springen omhoog. En dan die herkenning: ze zijn er!
Nu om mij heen vrienden kinderen krijgen, vraag ik mij regelmatig af of ik wel een goede moeder zou zijn. Liefde kan nu al zo ingewikkeld voelen. Al die dingen die je fout kan doen, die fout kunnen gaan. Hoe moet dat zijn als je ouder wordt, wanneer de inzet zo hoog is? Op de warme dansvloer van Simmerdeis bedenk ik mij opeens weer waar het in de essentie om gaat. Liefde - voor wie dan ook - is eigenlijk best eenvoudig: Je moet er gewoon zijn. In tijden dat alles onzeker is, dat de spanning door hun lichaam giert en ze het gevoel hebben dat ze net een stapje te ver buiten hun comfortzone zijn gestapt moet je gewoon op die tribune zitten, wild zwaaien en dan, als je elkaar herkent, heel hard joelen en klappen. Of het nou voor een kind is, een vriend, een (groot)ouder of een zusje.



























