
Column Melissa: Wat ik tijdens het hardlopen leerde over rouw
ColumnRuim twee jaar geleden scheurde ik mijn kruisband af, meer dan een jaar geleden ben ik hieraan geopereerd en nu is het ook alweer een paar maanden geleden dat ik klaar was met mijn revalidatie. Ik mocht de focus dus verleggen en wilde graag weer hardlopen. Eerst maar opbouwen naar vijf kilometer, lekker binnen op de loopband, en dan zien we wel, dat was het plan.
Ik heb een soort haat-liefde verhouding met hardlopen. Aan de ene kant heb ik mijzelf nooit gezien als hardloper; ik ben klein en breed van stuk en ben dus niet echt geschapen voor de lange afstand, voel mij soms te onzeker om mij al rennend door mijn buurt te verplaatsen en qua motivatie heb ik het altijd moeten hebben van groepsdruk, iets waar je bij hardlopen lang op kan wachten. Aan de andere kant vind ik het heerlijk, die stilte in je kop als je lekker loopt en de rush als je je grenzen weet te verleggen.
Dus daar stond ik dan weer op de loopband, met een schema van de fysiotherapeut dat steeds een beetje zwaarder werd. Eerst vijf minuten hardlopen, dan zeven, dan tien, met steeds kortere wandelpauzes. Het schema, dat ik op onze koelkast had geplakt, was altijd weer confronterend. Had ik mijn eerste training succesvol afgerond, dan leek de training van volgende week haast onmogelijk. Dat kan ik toch nooit? Zo lang hardlopen, dat gaat mij echt niet lukken!
Ik leerde echter al vrij snel dat je in deze gevallen beter niet kan kijken naar het grote plaatje. Als ik twintig minuten moest rennen en ik was al tien minuten bezig, dan leek die laatste helft vrijwel onhaalbaar. Als onder mij de loopband al nat was van het zweet, ik de controle op mijn ademhaling allang kwijt was, mijn hoofd zo rood was als een tomaat en mijn hart bijna uit mijn borstkast klopte, dan kon ik mij niet inbeelden dat ik dat nog eens tien minuten volhield. Maar één minuut, dat moest wel kunnen, en daarna mócht ik stoppen, als ik dat wilde. Grappig hoe ik na die minuut altijd nog wel de moed vond voor nog een minuut, tot die tien minuten uiteindelijk wel verstreken waren en ik trots weer een vinkje kon zetten op het schema.
Rouwen voelt soms net als hardlopen. Iedereen die iemand verloren heeft zal herkennen dat sommige dagen zwaar voelen. Een verjaardag, moeder- en vaderdag, de sterfdag, feestdagen, het lijstje houdt eigenlijk niet op. Helaas voor mij vallen veel van die data in een korte tijd. Tussen de sterfdag van mijn moeder op 1 maart tot de sterfdag van mijn vader op 6 juli vallen hun beide verjaardagen, die van mij en mijn broer, mijn zusje, mijn pleegzusje, mijn oudste neefje, moeder- en vaderdag en hun trouwdag. Je kan je vast voorstellen dat eind februari de moed mij in de schoenen zakt: hoe kom ik ooit al die dagen door?
Gewoon, minuut voor minuut, net als op de loopband. Dag voor dag, moment voor moment. En dan zal je zien dat sommige dagen best meevallen en dat op andere dagen pittig zijn, maar dat zo’n dag voor je het weet ook weer voorbij is.



























