
Wat doe je als mantelzorger als je de zorg niet meer aan kan?
GezondheidHEERENVEEN - In Nederland vindt men het belangrijk dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Vaak worden ze daarbij geholpen door familie en vrienden, mantelzorgers die met veel liefde zorgen voor hun geliefde. Bij progressieve ziektes, zoals dementie of Parkinson, wordt de hulpvraag echter steeds groter en komt er soms een moment dat de mantelzorger het niet meer aan kan. Pim Bilder is zorgondernemer en runt, samen met 26 medewerkers, de kleinschalige woonvoorziening Fidesta Skoatterhuys in Heerenveen. Hij weet goed wat mantelzorgers doormaken: “Als hun geliefde hier hun plekje heeft gevonden, kunnen ze weer kind zijn. Er valt een last van hun schouder.”
Eén op de drie Nederlanders is mantelzorger en uit onderzoek van SCP blijkt dat 9% van hen zich overbelast voelt. Vooral mantelzorgers die langdurig en meerdere keren per week een geliefde helpen, zoals dit vaak het geval is wanneer zij zorgen voor een oudere vader of moeder, hebben kans om overbelast te raken. Volgens Pim gaat het vaak heel geleidelijk: “In het begin is de zorg nog niet zo zwaar, een keer boodschappen doen, mee gaan naar een doktersbezoek, maar iemand heeft steeds meer hulp nodig. Op een gegeven moment wordt er bijna dagelijks beroep op je gedaan als mantelzorger en daarnaast heb je natuurlijk ook nog je eigen leven.” Er ontstaat een situatie dat de mantelzorger de zorgen niet meer aankan: “Dan moet er zo snel mogelijk een plek worden gevonden waar iemand de juiste zorg kan krijgen.”
Ga op tijd samen op zoek naar een passende plek
In zo’n crisissituatie is er vaak geen tijd om een keuze te maken die echt bij de oudere past. Daarom raadt Pim het aan om al heel vroeg samen met je vader of moeder bij verschillende wooninstellingen een kijkje te nemen: “Het zou goed zijn om dit al te doen wanneer iemand nog redelijk goed is, bijvoorbeeld net nadat er dementie of Parkinson is vastgesteld. Verhuizen naar een woonzorginstelling is dan nog ver weg, maar op die manier kan je een plekje uitzoeken waar iemand zich thuis kan voelen.”
Pim snapt dat veel mensen, zowel de mantelzorger als de oudere zelf, dan nog niet toe is aan de overstap: “Er is vaak nog weerstand om ouderen uit de vertrouwde omgeving te halen en dat is ook begrijpelijk hè, dat je dat niet zomaar wil loslaten. Maar hoe fijn is het dat als het zover is, dat je dan weet dat je vader of moeder dit zelf ook al een fijne plek vond toen jullie hier samen kwamen kijken.” Volgens Pim komt die weerstand ook vooral voort uit een verouderd en negatief beeld over verzorgings- en verpleeghuizen: “Er zijn zoveel diverse en kleinschalige woonvormen die een heel ander perspectief bieden. Het is belangrijk dat jullie dit samen ervaren.”
Weer kind zijn
Bij Fidesta Skoatterhuys ben je altijd welkom om even langs te komen om een goed beeld te vormen. Het is een kleinschalige woonvoorziening voor ouderen met dementie, Parkinson, niet-aangeboren hersenletsel of andere aandoeningen waardoor iemand niet meer thuis kan wonen. “Wat we merken als iemand hier komt wonen, is dat ze eerst zes weken moeten wennen,” vertelt Pim. “Na een tijdje zien we meestal dat men stabiliseert. Voor de mantelzorger valt er dan een last van hun schouder. Je kan weer echt kind zijn. Je hoeft je niet steeds zorgen te maken, maar kan gewoon weer op bezoek komen voor een kopje koffie.” Mantelzorgers blijven altijd betrokken bij de zorg voor hun geliefde: “We hebben nauw, informeel contact met elkaar. Ze kunnen met hun zorgen altijd bij ons terecht.”
Wilt u een keer de sfeer proeven bij Fidesta Skoatterhuys en bent u benieuwd naar de mogelijkheden binnen deze unieke woonzorginstelling? Neem dan vooral contact op met Pim. U kunt hem bereiken op 06 82684811 of mail naar info@fidesta-skoatterhuys.nl.



























