
‘Ik zit niet graag thuis, daarom ben ik ook zo blij met de winkel’
Persoonlijke verhalenDRACHTEN - Aan de Moleneind Zuidzijde 61 in Drachten heeft kleermaker Imran Naz onlangs zijn eigen winkel geopend. In de afgelopen jaren had hij het niet altijd even makkelijk. Hij vluchtte met zijn familie, woonde twaalf jaar in AZC’s in heel Nederland en was een tijdje ziek. Nu hij weer een beetje hersteld is wil hij weer dolgraag werken en gaat hij opnieuw aan de slag in het vak dat hij ooit in Pakistan van zijn vader leerde.
Imran komt uit een kleermakersfamilie. Zijn vader heeft jarenlang een succesvolle winkel in Pakistan, waar het gezin vandaan komt: “Ik wilde ook kleermaker worden, maar mijn vader zei altijd nee,” vertelt hij. “Hij wilde dat ik naar school ging, maar ik vond het een prachtig vak en wilde graag met mijn handen werken.” Wanneer zijn vader ziek wordt, neemt Imran als oudste zoon zijn verantwoordelijkheid: “In Pakistan is geen systeem van uitkeringen zoals we die hier in Nederland kennen. Als je brood wilt eten, dan moet je werken. Mijn vader wilde eerst niet dat ik in de winkel ging werken. We hebben nog wel genoeg gespaard, zei hij. Toen heb ik stiekem de winkel open gedaan. Er was zes man personeel, zij hebben het vak aan mij geleerd.” Wanneer de vader van Imran herstelt, komt hij terug in de winkel en ziet hij dat zijn zoon de zaken prima heeft waargenomen: “Daarna werkten we samen. Hij is echt een superkleermaker en ik heb nog heel veel van hem geleerd.”
Waar in Nederland de kleermaker bijna uit het straatbeeld is verdwenen, zijn ze in Pakistan nog alom vertegenwoordigd. Imran schetst de situatie in zijn geboorteland: “Wat jullie hier een centrum noemen, noemen wij de bazaar. Er zijn steden waar je daar hele straten vindt met alleen maar kleermakers. Het meeste werk wat we in Pakistan deden is maatwerk. Bijna iedereen draagt kleding die speciaal voor hen is gemaakt. Dames en heren komen naar de winkel, kiezen stoffen en een patroon uit en wij nemen de maten op. Soms laten ze met een foto zien wat ze willen hebben, bijvoorbeeld uit een film, en maken zelf het patroon. Daarna maken we het kledingstuk.” Het is een vak apart, legt hij uit: je moet heel nauwkeurig werken. “Mensen zijn ook heel kritisch. Ze zien gelijk als een naadje niet recht loopt. Het komt heel precies.”
Nieuwe kansen in Nederland
In Pakistan gaan de zaken goed, totdat zijn familie moet vluchten vanwege hun geloof. Twintig jaar geleden komen ze aan in Nederland: “We hebben twaalf jaar lang in een AZC gewoond, op verschillende plekken in Nederland. Steeds als we mensen leerden kennen, moesten we weer verhuizen.” Zolang ze geen verblijfsvergunning heeft, mogen ze niet werken: “Dat was heel frustrerend, want we zijn juist harde werkers. We wilden aan de slag, niet de hele dag tv kijken.” Af en toe mogen ze gelukkig wel wat vrijwilligerswerk doen in het asielzoekerscentrum.
We wilden aan de slag, niet de hele dag tv kijken
Wanneer Imran zijn verblijfsvergunning krijgt, wil hij zo snel mogelijk aan het werk: “Ik wilde mijn eigen winkel openen, maar financieel gezien ging dat niet. Een vriendin van mijn moeder heeft mij toen een kans gegeven, ik mocht in haar winkel aan de slag als kleermaker.” Helaas komt het niet echt van de grond en is er niet voldoende werk voor hem: “Ik zat daar in die winkel, maar kon niets doen. Daar voelde ik mij schuldig over en ik besloot te stoppen.” Hij woont inmiddels in Drachten, waar hij aan het werk gaat buiten de sector: “Maar ik wilde wat met kleren doen, dat is mijn vak. Het liefst opende ik mijn eigen winkel om zelfstandig aan de slag te gaan, maar dat was niet realistisch.” Dan komt er een arbeidsdeskundige die hem op weg helpt: “Hij gaf mij opdrachten, zoals langs de winkels gaan om te vragen of ze een plekje hebben waar ik als kleermaker zelfstandig aan de slag kon.” Uiteindelijk heeft Imran geluk: het Stoffenhuis in Drachten verwelkomt hem. “Dat paste natuurlijk perfect. Zij hebben de stoffen, ik kan het maken.” Hij werkt daar twee jaar: “Toen vertelde ze dat ze wilde uitbreiden en dat er helaas geen plekje meer voor mij was. Ik moest op zoek naar iets anders.”
Een nieuwe plek
Via gemeente Smallingerland en een re-integratiecoach van Deltawerkers komt hij uit bij het pand aan de Moleneind Zuidzijde 61: “Hier was ooit een pannenkoekenhuis,” weet hij. “Maar het staat al een aantal jaren leeg. De gemeente heeft plannen voor het pand, maar het duurt nog wel even voordat ze die kunnen realiseren. Tot die tijd mag ik het huren als antikraakmaatregel, de leegstandbeheerder Ad Hoc regelt het.” Met hulp van zijn broer, zijn vrouw en leden van zijn kerk knapt hij het pand een beetje op en schaft hij nieuwe apparatuur aan, zodat hij ook ruimte heeft om stoffering te verzorgen: “We hebben pas net weer een werkende cv, dus het was de afgelopen weken wel wat koud, maar ik ben echt ontzettend blij dat ik hier mijn winkel kan openen en klanten kan helpen,” glundert hij.
Imran vindt werken heel belangrijk, ook als hij zich niet lekker voelt blijft hij op zoek naar manieren om toch in actie te blijven. Dat blijkt wel als hij vertelt over de tijd dat hij door een ziekte een tijdje niet (volledig) kon werken. Gelukkig voelt hij zich nu een stuk beter: “Ik zit niet graag thuis. Daarom ben ik ook zo blij met de winkel, ik kan hier elke dag lekker aan het werk.”
Herstel- en maatwerk
In Pakistan bestaat zijn werk voornamelijk uit maatwerk; in Nederland is dat anders: “Het meeste werk is herstelwerk. Eerst was dat wennen, maar ik begin het heel leuk te vinden. Het is milieubewust, want je zorgt ervoor dat mensen minder kleren weggooien. Klanten zijn altijd heel blij met het resultaat. Ze hebben een jasje of een broek die heel lekker zit en die ze heel graag dragen, maar die helaas kapot gaat. Ik zorg ervoor dat ze het tóch weer kunnen aantrekken.” Natuurlijk doet Imran nog steeds maatwerk. Zo maakt hij onder andere unieke jassen en tassen van oude dekens, kan hij in opdracht kleding of kostuums maken en verzorgt hij stoffering van meubels: “Mijn broer helpt daarbij, hij heeft zijn eigen winkel in Heerenveen en heeft veel ervaring. We stofferen stoelen, banken, maar ook kussens voor tuinmeubels of voor meubels in de caravan, camper of boot.”
Anderen helpen
Hoewel hij iedereen met veel plezier helpt, verbaast hij zich erover dat veel mensen helemaal niet zelf kunnen naaien: “Ik vind eigenlijk dat kinderen op de middelbare school best een naailesje mogen krijgen. Dat ze de simpelste herstelwerkjes zelf kunnen, zoals het aannaaien van een knoopje of het stoppen van een gat. Mensen gooien tegenwoordig zo snel kleding weg, terwijl je het heel makkelijk zelf kan maken.” Als een klant dat wil, legt Imran graag uit hoe ze zelf iets kunnen herstellen: “Het is werk dat je echt moet leren in de praktijk en ik help je graag. Iedereen die wat wil leren, is bij mij welkom. Zo heb ik het immers zelf ook geleerd.”
Kleermaker Imran Naz begint ondanks tegenslagen zijn eigen naaiatelier
Je vindt de winkel van kleermaker Imran aan de Moleneind Zuidzijde 61 (naast de Ekoplaza) in Drachten.



























