
“Volgens de norm te laat zijn is iets andersdan te laat zijn voor de patiënt”
GezondheidDRACHTEN - Eind februari deed RTL Nieuws onderzoek naar de aanrijtijden van de ambulance. De belangrijkste conclusie die zij trokken was dat het aantal spoedritten dat pas na vijftien minuten aankomt steeds groter wordt. RTL maakte per postcodegebied inzichtelijk hoe lang de ambulance bij een hoge-prioriteit melding er gemiddeld over doet om ter plekke te komen én in hoeveel gevallen ze er niet binnen vijftien minuten zijn. In Nederland is de streefnorm namelijk dat 95% van de spoedritten binnen dat kwartier moeten arriveren. Het onderzoek maakt veel los. Mensen vragen zich af welke impact het heeft als de ambulance er niet binnen vijftien minuten is. RondOm Drachten gaat daarover in gesprek met Sietze Kijlstra, algemeen directeur van Kijlstra Ambulancezorg, en ambulanceverpleegkundige Wander Netters.
In Nederland wordt ambulancezorg op 23 signalen beoordeeld, die zijn beschreven in het kwaliteitskader ambulancezorg 2.0, dat is opgesteld door Ambulancezorg Nederland. De meeste criteria zijn zorginhoudelijk en gaan bijvoorbeeld over hoe kundig pijnregistratie en -bestrijding wordt ingezet en de mate waarin de hygiënerichtlijn voor de ambulancezorg is geïmplementeerd. Slechts een paar van deze kwaliteitsnormen gaan over tijd. De bekendste hiervan, en de norm waar het onderzoek van RTL Nieuws zich op richt, is de responstijdpercentage voor de A1-inzetten. Goed om te weten: De 23 signalen zijn niet wettelijk opgelegd, maar zijn afgesproken binnen de branche.
A1-inzetten en de responstijd
Een A1-inzet, of een A1-rit, houdt in dat er sprake is van een acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt (of dat dit gevaar pas na de beoordeling van het ambulanceteam kan worden uitgesloten). Het gaat dus om een levensbedreigende situatie, zoals bij een hersenbloeding, een hartstilstand of een ernstig ongeluk.
In de jaren ‘90 is bepaald dat bij 95% (of meer) van de A1-meldingen een ambulance binnen een kwartier ter plekke moet zijn. Uit het onderzoek dat RTL Nieuws heeft gedaan, blijkt dat tussen 2019 en 2023 die norm geen enkele keer is gehaald. Op hun site kun je per postcodegebied bekijken wat het aantal spoedritten (A1-urgentie) is geweest in de afgelopen vier jaar, hoeveel van die ritten pas na vijftien minuten ter plaatse is en de gemiddelde responstijd.
Realiteit is genuanceerd
Als je die kaart bekijkt, kun je best even schrikken. In De Veenhoop komen bijvoorbeeld 75,8% van de spoedritten na vijftien minuten ter plekke. Slechts één op de vier ambulances komt dus op tijd volgens de norm. De realiteit is echter iets genuanceerder, legt Sietze Kijlstra, algemeen directeur van Kijlstra Ambulancezorg uit: “De norm waar het steeds over gaat is niet gebaseerd op een medische richtlijn. Het heeft een planmatige oorsprong. In de jaren ‘90 moest de provincie vergunningen verlenen aan aanbieders van ambulancezorg. Er is toen bepaald dat er geen vergunningen werden afgegeven als er al een aanbieder was binnen een aanrijtijd van een kwartier.”
Ook in de praktijk blijkt dat die vijftien minuten aanrijtijd geen medische onderlegging heeft, vertelt Netters: “ Volgens de norm te laat zijn is iets anders dan te laat zijn voor de patiënt. Ik werk nu twintig jaar als verpleegkundige bij de ambulance en heb nog nooit het gevoel gehad dat we voor de patiënt te laat waren.” Uiteraard geldt bij de levensbedreigende situaties wel dat sneller altijd beter is. Daarom werkt men tegenwoordig ook met een A0-inzet. Dit zijn de inzetten waar tijd absoluut van belang is, zoals verstikking of een hartstilstand: “Hierbij lukt het wel om aan die norm te voldoen.”
Als het aan Kijlstra en Netters ligt, zou het goed zijn om minder focus te leggen op die aanrijtijd. Kijlstra: “De ambulancezorg in Friesland is goed geregeld. Met 24 ambulanceposten hebben we ruim 10% van alle standplaatsen in Nederland en gemiddeld is onze aanrijtijd tien minuten.” Ook de ambulancezorg is sinds de invoering van die norm flink verbeterd: “Destijds was de ambulance er simpelweg om iemand zo snel mogelijk te vervoeren naar een ziekenhuis. Tegenwoordig wordt de behandeling al ter plekke of in de ambulance gestart door specialistische en ervaren verpleegkundigen.” De heren vinden het jammer dat het onderzoek van RTL afleidt van de ontwikkelingen in de ambulancezorg: “Ambulancezorg doet ertoe. Wij werken alle dagen heel hard om dat op zo’n goed mogelijke manier te doen en we zijn trots op ons werk.”
Steeds vaker te laat
Natuurlijk begrijpen ze wel dat zo’n onderzoek voor onrust zorgt, maar ze vinden het belangrijk dat men weet wat de reden is waarom een steeds groter percentage van de spoedritten later arriveren dan dat kwartier: “Dat heeft namelijk veel verschillende oorzaken, zowel kleine als grote,” ligt ambulanceverpleegkundige Netters toe. “Sinds de jaren ‘90 zijn er bijvoorbeeld meer snelheidsverlagende maatregelen genomen, zoals drempels of rotondes, en er zijn veel meer auto’s op de weg.” Dat zijn de kleinere ontwikkelingen die van invloed zijn op de aanrijtijd van een ambulance, maar ook op breder, maatschappelijk vlak spelen er zaken die een ambulance kunnen vertragen: “We hebben bijvoorbeeld vaker te maken met een code rood in het ziekenhuis. Dat betekent dat er voor onze patiënt geen ruimte is op de spoedeisende hulp. We moeten dan uitwijken naar een ander ziekenhuis, verder weg.” Netters, die regelmatig de ambulancepost in Oosterwolde bemand, geeft een voorbeeld uit de praktijk: “We brengen een patiënt naar het ziekenhuis in Drachten, maar daar is het vol. Dan gaan we vervolgens naar Leeuwarden, maar al die tijd is er geen ambulance op de post in Oosterwolde. Als daar nog wat gebeurt, dan moet er dus een ambulance van elders komen. Dat kost tijd.”
Een andere maatschappelijke ontwikkeling is dat het aantal zorgvragen toeneemt: “Dit heeft verschillende oorzaken. Allereerst belt men sneller en makkelijker 112. Ook neemt de druk op de huisartsenzorg toe.” Misschien wel één van de belangrijkste factoren is het feit dat er steeds meer zelfstandigheid wordt verwacht van kwetsbare mensen, zoals ouderen en mensen met een psychische stoornis: “Ouderen wonen veel langer thuis en hebben een kleiner sociaal vangnet. Zij bellen relatief vaak 112, ook als ze geen acute medische zorg nodig hebben. Hetzelfde geldt voor mensen met onbegrepen gedrag, die vanwege de druk op de ggz ook niet altijd op tijd passende zorg hebben gekregen.”
Oplossing ligt niet voor de hand
De zorg in Nederland kent complexe uitdagingen en de ambulancezorg is hierop geen uitzondering. De focus zou echter niet moeten liggen op de 15-minuten norm, denken Kijlstra en Netters, maar op de verbetering van de zorg in zijn geheel; door marktwerking in de zorg te beperken, door nog beter samen te werken met elkaar én door het netwerk van AED’s en burgerhulpverleners uit te breiden: “Bij de meldingen waarbij elke seconde telt, zoals een hartstilstand, is het essentieel dat er genoeg AED’s en burgerhulpverleners in de buurt zijn. Daar kan geen enkele ambulance namelijk tegenop.” Op de website van de Hartstichting kun je checken of er in jouw buurt een AED en burgerhulpverlener beschikbaar is.



























