
‘Leesbevordering kun je niet alleen doen’
EducatieDRACHTEN - Met veel blijdschap heeft PRO Drachten het felbegeerde Lettergek-bordje een plek gegeven bij de ingang van hun school. Ze zijn pas de tweede school die deze erkenning hebben ontvangen van FERS, een organisatie die samen met Friese bibliotheken werkt aan een beter en taalvaardiger Friesland. PRO Drachten toont ermee aan dat ze zich actief inzetten voor het bevorderen van taalontwikkeling en leesplezier. Famke Wink, taal- en leescoördinator van de school, en Daphne de Boer, VO leesconsulent vanuit Bibliotheek Drachten, zijn trots: “We tonen hiermee aan hoe actief we zijn op het gebied van taal en lezen en dat we ook het belang inzien van samenwerken met andere organisaties zoals FERS. Dit is meer dan een bordje aan de muur: dit is een gezamenlijke belofte aan de toekomst van onze leerlingen.”
“Leesbevordering kun je niet alleen doen,” steekt Famke van wal. “Om het goed aan te pakken moeten we samenwerken met andere scholen, sociale partners en organisaties. Iedereen moet betrokken zijn, want anders komt er geen duurzame oplossing. Met het bordje laten we zien dat we hier oog voor hebben én dat we ook een voorbeeld zijn voor anderen.” Om het bordje van FERS te ontvangen moest de school aan verschillende voorwaarden voldoen. Zo moet er een geschoolde taal- en leescoördinator zijn, er moeten regelmatig activiteiten georganiseerd worden rondom taal en lezen en ze moeten bewijzen dat hun taalbeleid ook in de praktijk goed uitgevoerd wordt. Alle lagen van de school moeten betrokken zijn bij dit beleid, vertelt Daphne: “Daar hangt het succes van af. We kunnen het niet met z’n tweeën af.” Waar andere scholen vaak beginnen bij de uitvoering - het creëren van een schoolbibliotheek of vaker lezen in de klas - begon PRO Drachten bewust bij de ‘waarom’ vraag: “Iedereen, van leerling tot de directeur, moet weten wat het belang is van taalontwikkeling, dat is de kern van ons beleid. De helft van ons onderwijs is gebaseerd op theorie. Leesbevordering krijgt daar makkelijker een plek, maar wij vinden dat juist ook bij die praktijkvakken ruimte kan zijn voor lezen en taal. Veel van onze vakdocenten deden dit overigens al onbewust en de afgelopen jaren zijn ze steeds meer bewust bekwaam geworden.”
De aanpak heeft succes. Elk jaar neemt Daphne een leesmonitor af bij de leerlingen: “We zien dat steeds meer leerlingen het belang van lezen inzien. Dat ze weten: Ja, dit heb ik echt nodig.” Dat komt ook doordat hun hele leeromgeving doordrenkt is van lezen en taal. In elk theorielokaal hangt een leesmuur over een thema dat ze gedurende zes weken behandelen, de schoolbibliotheek heeft een centrale plek in de school en het voorlezen van gedichten over de intercom was een succes: “We wilden dit een week doen, maar uiteindelijk zijn we drie weken doorgegaan, zoveel leerlingen wilden ook een gedicht voordragen.”
Lang was er bij het bespreken van laaggeletterdheid weinig oog voor praktijkscholen, vertelt Famke: “Terwijl dit probleem juist hier erg speelt. 33% van de vijftienjarige studenten die het VO verlaten zijn laaggeletterd. Het doel is altijd dat al onze leerlingen na hun schoolperiode zelfredzaam de maatschappij in gaan. Geletterd zijn is hier een belangrijk onderdeel van. Je moet niet alleen goed je werk kunnen doen, maar ook die brief van de Belastingdienst kunnen lezen.” Daphne is het daarmee eens: “We hebben ze nu in beeld, het zou zonde zijn als je daar niets mee doet. Als je nu niet voor deze leerlingen zorgt, dan creëer je in de toekomst een situatie waarin ze niet goed kunnen meedraaien in de maatschappij.”
PRO Drachten blijft zich daarom inzetten voor leesbevordering: “Dat we goed bezig zijn, bewijzen we met het Lettergek-bordje. Die lijn willen we doortrekken. Ondertussen willen we ook andere scholen en organisaties inspireren en laten zien: Kijk, zo kan het ook.”



























