
Column Melissa: Het moment dat ik besefte dat niet iedereen het goed voor heeft met wielrenners
ColumnIk heb mij voorgenomen om mee te doen aan Alpe d’HuZes en hoewel de inschrijvingen nog niet open zijn, ben ik al wel gestart met de voorbereidingen. Ik had namelijk nul fietservaring en het leerproces is, op zijn zachtst gezegd, nogal interessant. Nadat ik de allereerste keer op het zadel stapte en gelijk op de grond viel, ben ik trots te melden dat ik nu bijna alle fietsrondjes zonder kleer- en huidscheuren overleef. Vooral de klikpedalen wilden mijn voortgang nog weleens saboteren. Zo reed ik eens een route die een vrij scherpe bocht naar links maakte, richting een smal schelpenpaadje met een veerooster. Omdat ik nog niet heel veel vertrouwen in mijzelf had als wielrenner, besloot ik af te remmen en rustig even te bekijken hoe ik die bocht het beste kon aanpakken. Ik herinnerde mij pas dat ik nog vastzat aan mijn pedalen, toen ik al bijna stilstond en geen tijd meer had om ze los te klikken. In slowmotion bewoog mijn lichaam zich richting het harde asfalt en al vallend had ik alle tijd om mijn eigen stupiditeit te vervloeken. Gelukkig vallen dat soort valpartijen meestal mee, weet ik uit ervaring. Een paar kleine schaafwondjes, een blauwe plek op je elleboog of bil, ach ja...
Ik had er wel flink de pee in, zal ik eerlijk zeggen. De vorige fietsrit was ik ook al gevallen en ik begon mij serieus af te vragen of een carrière als wielrenner er voor mij wel in zit, als ik uiteindelijk steeds op het wegdek beland. Toch klom ik na die valpartij weer in het zadel (je moet toch thuiskomen) en fietste ik verder. Geen vijf minuten later fiets ik af op een voor mij onbekende kruising. Ik rem af, zoek naar het fietspad en probeer uit te klikken. Hoe hard ik ook mijn hielen naar buiten beweeg, op één of andere manier lukt het niet. Een beetje in paniek probeer ik ze naar binnen te bewegen, dat werkt ook bij de pedalen die ik heb, maar dit keer niet. Ondertussen ben ik steeds dichterbij het drukke kruispunt. Ik moet stoppen, maar hoe doe ik dat als ik dan mijn voet niet aan de grond krijg? Mijn blik valt op de zachte berm, als ik daar heen fiets heb ik meer tijd en mocht ik vallen, dan valt het wel mee. Terwijl ik met al mijn kracht mijn schoen probeer los te krijgen, wordt er hard naar mij getoeterd. Een gefrustreerde vrouw met blond haar gebaard woedend vanuit haar zwarte Sedan naar mij en schreeuwt iets wat ik niet kan verstaan en dan opeens klikt mijn schoen tóch los.
Ik blijf staan in de berm en kijk naar de auto die in een rotvaart zijn weg vervolgt. De bestuurster moest hebben gezien hoe erg ik worstelde en dat ik de meest veilige route koos. Ik stond niet op de weg, ik creëerde geen onveilige situatie, ik reed gewoon op het fietspad, er was geen reden om zo boos te doen. Op dat moment besef ik mij dat wielrenners een bepaald imago hebben en niet worden gewaardeerd door sommige andere weggebruikers. Daar word je dan op afgerekend en als ik als wielrenner mij in het verkeer bevind dan moet ik daar rekening mee houden. Mijn veiligheid is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet oplettend en geconcentreerd blijven, mijzelf goed zichtbaar maken, defensief rijden en er niet vanuit gaan dat andere weggebruikers het beste met mij voor hebben.
























