
Column Melissa: Niet alle mannen zijn verkrachters, niet alle mannen zijn lieve jongens
ColumnHet is al laat. Ik vervloek mijzelf dat ik pas nu besluit de hond uit te laten. Het is altijd hetzelfde liedje als mijn partner een slaapdienst heeft, blijkbaar stopt ze mijn ruggengraat ook in haar tas en kan ik daarom niet in actie komen. Pas als ik uren heb gescrold en de automatische lamp van het aquarium uit gaat (vaste prik om elf uur), sta ik op. Ik lijn de bijzonder onwelwillende hond aan, sleep hem uit zijn mand en stap naar buiten. Het gelal van dronken mensen galmt door de wijk. Als ik ze maar niet tegenkom, denk ik terwijl ik het slot van de deur dicht draai.
Ik loop verder en hoor achter mij een fiets. Ik probeer mijzelf tot rust te manen. Lang niet iedereen heeft kwaad in de zin, we zijn allemaal jong geweest en we hebben allemaal weleens wat te veel ‘vloeibare moed’ gedronken. “Ewa,” schreeuwt de jongen op de fiets. Ik verstijf. In één seconde flitsen alle mogelijke uitkomsten van deze interactie door mijn gedachte. Ik zie de kop al in de krant: Jonge vrouw verkracht en vermoord tijdens wandeling met hond. De jongen op de fietst grinnikt en fietst door. Hij slingert en mompelt wat, onmiskenbaar met een dubbele tong. Ik hoop dat je valt, denk ik boos. Hij volgt toch het nieuws? Hij begrijpt toch wel wat hij met dit gedrag teweegbrengt bij een vrouw die in de nacht alleen door het donker loopt?
Ik loop verder, niet eens veel langzamer dan hij zich op zijn fiets voortslingert. Ik zie hoe hij steeds minder controle heeft over zijn stuur, hoe zijn band in de natte, modderige berm terecht komt en de fiets onder hem vandaan glipt. Hij valt hard op het fietspad en hij staat niet op, zijn hoofd rustend op het beton. Ik twijfel, zie opeens een andere kop in de krant staan: Jonge man valt van fiets en sterft aan onderkoeling. Ik loop naar hem toe. Dan krabbelt hij op. “K*nkerzooi,” scheldt hij, keer op keer. Ik vraag of het gaat terwijl onze vierpotige goedzak tegen hem aanleunt. Hij knikt, vloekt nog een keer terwijl hij Milo aait. “Ik viel k*nkerhard, maar het is al goed, slaap lekker, pik,” wenst hij onze hond toe. Opeens verandert de man die ik als potentieel gevaar zag in een jonge jongen met een vlassig snorretje. Ik zie zijn ouders (of verzorgers) thuis in hun bed liggen, opgelucht zuchtend wanneer ze hun zoon het slot van de deur horen opendraaien. Achter mij hoor ik zijn vrienden, die in een wat nuchtere staat naar hem toe lopen en hem naar huis brengen.
Niet alle mannen zijn verkrachters of moordenaars. Niet alle mannen zijn lieve jongens die graag even een Golden Retriever op straat aaien of hun dronken vriend veilig thuis brengen. Dat maakt de discussie over veiligheid op straat zo lastig. We kennen immers allemaal lieve jongens. Maar als je echt eerlijk bent, ken je misschien ook wel eentje die wél over grenzen gaat, iemand die je niet zou toevertrouwen aan je moeder, zus of vriendin. Denk vooral óók aan hem (of haar) als je je wilt mengen in dit belangrijke gesprek over hoe we Nederland veiliger kunnen maken voor vrouwen.



























