
Column Melissa: Hoe ik stop met zuur zijn, of dat in ieder geval probeer
ColumnDe laatste tijd ben ik best wel vaak een beetje boos. Niet dat je dat persé merkt, dat hoop ik tenminste, maar mijn innerlijke monoloog is pessimistischer geworden, misschien zelfs wel zwartgallig. Ik denk dat veel mensen dat wel herkennen. Niemand wordt blij van wat er op het nieuws gebeurt. Oorlog, honger, ongelijkheid, misbruik. Het is niets nieuws, dat weet ik ook, maar het komt ongefilterd en 24/7 via onze smartphone in ons brein. Die ontwikkeling is zo snel gegaan dat ons lichaam en onze geest niet konden meegroeien, niet konden evalueren om al die prikkels, al die narigheid, gezond te verwerken. Mijn wereldbeeld is verandert, het idee dat rechtvaardigheid bestaat en dat mensen van nature het goede willen doen voor elkaar ben ik ergens onderweg kwijtgeraakt.
Ik voel mij soms machteloos, omdat de wereldse problemen zo groot zijn dat één iemand ze niet kan oplossen én omdat de wil ontbreekt om dit als collectief te doen. Maar met machteloosheid kun je niet zoveel en dan is boos-zijn makkelijker. Dat heeft helaas niet alleen invloed op hoe ik kijk naar de wereld, maar ook hoe ik mijn eigen wereld beleef. Ik mopper heel wat af in mijn hoofd en alles voelt opeens persoonlijker. Een wandelaar die roekeloos voor mijn auto oversteekt, de kinderen die gillen in een restaurant, de groep meiden die in hun perfecte sportpakjes en met hun perfecte make-up urenlang een apparaat bezetten in de sportschool. Intern snauw ik ze af, vloek ik en met veel creativiteit maak ik ze uit voor alles wat los en vastzit. Het is niet dat ik hier zo van geniet. Sterker nog, soms schrik ik van mijn eigen gedachten. Deze mensen doen toch eigenlijk niet zoveel kwaad en ze hebben zeker niet de intentie om mij te krenken. Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik niet de behoefte voel om mijn gedachten werkelijk te uiten. Dat zou mij veranderen in een vreselijk zuur mens, in een persoon die ik zeker niet wil zijn. Maar de gedachten zijn er wel, dus misschien ben ik al wél die persoon.
Dus, ik heb besloten dat ik het anders ga doen! De huidige situatie op de wereld verdient misschien mijn boosheid wel, maar míjn wereld niet. Ik begin bij het geloven in de neutrale of goede intentie van de mensen om mij heen. De meeste mensen willen mij niet in de weg zitten, waarschijnlijk hebben ze mij niet eens opgemerkt. Die gedachte herhaal ik in mijzelf als ik iets weer té persoonlijk neem. Tegelijkertijd probeer ik, wanneer ik in mijn hoofd iemands uiterlijk of gedrag veroordeel, ook iets positiefs te vinden. Een mooie lach, een goede muzieksmaak, een knappe prestatie in de gym. Nu ik dit een poosje doe blijkt dat iets positiefs denken net zo makkelijk is als iets negatiefs vinden.
Tenslotte heb ik nu een lijstje op mijn telefoon, waarin ik noteer welke dingen mij gelukkig maken. Een oma die met kleinzoon balanceert op een stoeprand. Twee vrouwen bij de bushalte die elkaar innig omhelzen. Een volwassen man met een gekleurde muts die heel hard met zijn teckel aan het rennen is. Dat zijn mooie dingen die echt gebeuren in deze wereld, is dat niet prachtig?



























