
Verpleegkundige Marije over werkplezier in de zorg
GezondheidHEERENVEEN - Als je denkt aan de zorg, denk je al gauw aan de hoge werkdruk. Die is de afgelopen jaren, mede door vergrijzing, personeelstekort en complexere zorgvragen, steeds verder toegenomen. Toch draait het in de zorgsector om nog zoveel meer dan werkdruk alleen. Verpleegkundige Marije Faber kan daarover meepraten. Naar aanleiding van de Dag van Werkplezier in de Zorg, die dit jaar op 27 januari plaatsvindt, spraken we met haar over haar persoonlijke ervaringen en wat werkplezier voor haar betekent.
Met een moeder en beppe die allebei in de zorg werkten, was Marije’s interesse in het veld al vroeg gewekt. “Als er vroeger mensen thuis ziek waren, hielp ik altijd met kleine dingen zoals een kopje thee brengen,” blikt ze terug. Ze hoefde op school dan ook niet lang na te denken over haar vervolgstudie. “Ik koos op de middelbare school voor een pakket met natuurkunde, scheikunde en biologie. Stuk voor stuk vakken die goed van pas komen als je de zorg in wilt.” Ze volgde de opleiding MBO verpleegkunde, liep stage bij Comfortzorg en doet vanuit die zorgorganisatie nu de opleiding HBO verpleegkunde.
Thuiszorg
Al gauw bleek dat Marije’s hart ligt bij de thuiszorg. “Ik kom bij mensen thuis en help ze bijvoorbeeld met het wassen, aankleden en het innemen van medicijnen. Je levert directe zorg bij mensen zelf en draagt bij aan hun kwaliteit van leven. Ik vind het mooi dat ik een steentje bij kan dragen en ervoor kan zorgen dat mensen nog thuis kunnen blijven wonen, want dat is toch wat de meesten het liefst willen. Bovendien is het erg afwisselend werk en ben ik veel onderweg, dat vind ik heerlijk.”
Bijdragen aan de kwaliteit van leven maakt dit werk zó dankbaar
Bij mensen thuis krijgt Marije te maken met uiteenlopende emoties. “Soms zijn mensen verdrietig omdat ze merken dat ze achteruitgaan. Als ik dan een luisterend oor bied, bedanken ze me vaak dat ik daar de tijd voor neem. Op die momenten ga ik met voldoening weer de deur uit,” vertelt ze. Het komt echter ook wel eens voor dat mensen boos zijn, bijvoorbeeld omdat ze het niet eens zijn met de zorg of de tijden waarop die wordt geleverd. Ook dan blijft de verpleegkundige luisteren. “Als ik uitleg dat ik er ben om te helpen, zakt de woede vaak weg. In het begin vond ik dat soms wel lastig, maar iedereen is wel eens boos of chagrijnig. We moeten niet vergeten dat we allemaal maar gewoon mensen zijn.”
Werkdruk versus werkplezier
Sinds de coronaperiode is de zorg veranderd, merkt Marije. Er is minder tijd, meer ziekteverzuim en de regels zijn strenger geworden. “Ik zeg altijd: we zijn zorgmedewerkers, maar we zijn er ook voor veel andere dingen. Als het handvat van een rollator loszit of de televisie het niet doet, kijken we daar ook naar,” legt ze uit. Toch zijn er duidelijke grenzen aan wat zorgverleners mogen doen. Bij cliënten met een Wlz-indicatie is er, naast persoonlijke verzorging, ruimte voor wat extra aandacht, een kopje koffie of een spelletje, maar de criteria voor het aanvragen van zo’n indicatie zijn de afgelopen jaren aangescherpt. “Aan de ene kant snap ik dat, want niet iedereen heeft het nodig en het is belangrijk om zelfredzaamheid te stimuleren. Aan de andere kant kan het frustrerend zijn. Als een rookmelder de hele dag piept, wil je die eigenlijk gewoon even uitzetten. In sommige thuissituaties zou het fijn zijn als we wat meer zouden mogen.”
Als de verpleegkundige één ding kon veranderen aan de zorg, zou het toch wel de hoge werkdruk zijn. Volgens haar ligt een belangrijk deel van de oplossing in het opleiden van meer zorgprofessionals. Voor iedereen die twijfelt over een carrière in de zorg heeft ze dan ook een duidelijke boodschap. “Er zijn zeker mindere kanten, maar die heb je in elk beroep. Het bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen maakt dit werk echter zó dankbaar, dat brengt ontzettend veel werkplezier.”



























