
‘We kunnen als ploeggenoten altijd bij elkaar terecht. We zijn gewoon één grote familie’
Persoonlijke verhalenOOSTERWOLDE - Wie denkt aan vrijwilligerswerk, denkt al snel aan sportverenigingen, culturele evenementen of verzorgingstehuizen. Wojtek Soból niet: hij dacht aan de brandweer. Ook dat is vrijwilligerswerk, maar het brengt bovendien veel spanning met zich mee. In het kader van de Nationale Vrijwilligersdag, die op 7 december plaatsvindt, vroegen we de brandweerman wat dit werk allemaal inhoudt en wat het hem brengt.
Wojtek verhuisde dertien jaar geleden met zijn ouders vanuit Polen naar Nederland. Hij kwam terecht in Oosterwolde, waar hij inmiddels werkt als fulltime automonteur. Kort na zijn verhuizing maakte hij kennis met een collega die bij de brandweer zat. Dat wekte direct zijn interesse. “Ik vond het spannend als zijn pieper afging en luisterde graag naar de verhalen over wat hij had meegemaakt. In nieuwsberichten lees je natuurlijk wat er is gebeurd, maar het perspectief van iemand die het zelf heeft meegemaakt, vond ik ontzettend boeiend,” blikt hij terug.
Juiste mentaliteit
Het idee om zelf ook bij de brandweer te gaan bleef de jaren daarna in Wojteks hoofd zitten, maar de uitvoering moest nog even wachten. “Ik wilde eerst mijn opleiding tot automonteur afmaken voordat ik aan de opleiding tot brandweerman zou beginnen. Die is namelijk best pittig en de combinatie zou te druk worden,” legt hij uit. Inmiddels is het bijna vier jaar geleden dat hij op sollicitatiegesprek ging. “Je kunt je niet zomaar aansluiten, er wordt eerst uitgebreid gekeken of je geschikt bent voor het werk, zowel fysiek als mentaal. De opleiding kost veel tijd en denkvermogen, dus je moet wel echt de juiste mentaliteit hebben.”
Een andere belangrijke voorwaarde is dat je veel beschikbaar bent. “Je moet binnen drie minuten vanaf huis bij de kazerne kunnen zijn, en als je daarnaast je werk kunt verlaten wanneer het nodig is, wordt dat enorm gewaardeerd,” zegt de 30-jarige brandweervrijwilliger. Voor hem is dat negen van de tien keer mogelijk. “Als er verder niemand in de werkplaats is of als de RDW langskomt voor een steekproef, kan ik niet weg, maar dat is in vier jaar tijd slechts drie keer gebeurd.” De uren die hij onder werktijd aan de brandweer besteedt, haalt hij indien nodig na 17:00 uur in, maar meestal worden ze van zijn vakantiedagen afgehaald. Een goede regeling, vindt hij zelf. “In totaal gaat het om ongeveer twee vakantiedagen per jaar. Ik houd vaak te veel over, dus die kan ik wel missen.”
![]()
Onvoorspelbaar werk
Als Wojteks pieper gaat, voelt hij een sterke adrenalinepiek. Ook op momenten dat hij gezellig met vrienden of familie is. “Het werk is vrijwillig, dus het is niet zo dat ik dan weg móét, maar ik ben wel iemand die op zo’n moment weg wíl. Gelukkig snapt mijn omgeving dat ook,” zegt hij. Als er bij aankomst op de kazerne genoeg mensen blijken te zijn, gaat hij gewoon weer terug. “In Oosterwolde hebben we zeventien brandweervrijwilligers, verdeeld over twee ploegen. Die ploegen hebben geen dienst, maar wel voorrang. Bij een incident wordt iedereen opgeroepen en vervolgens wordt er gekeken welke ploeg voorrang heeft. Als niet iedereen uit die ploeg kan, kun je alsnog mee zonder voorrang.”
Hoe vaak de pieper gaat, is niet te voorspellen. “Soms is dat twee keer in tien minuten, maar soms gebeurt er ook drie weken helemaal niets,” vertelt de automonteur. “Dan hebben we alleen oefeningen.” Die variëren, net als echte incidenten, van brandbestrijding tot technische hulpverlening en uiteenlopende reddingen. “Mensen denken vaak dat de brandweer alleen branden blust en katten uit bomen redt, maar we doen veel meer. Een brand blussen is bovendien ingewikkelder dan simpelweg de kraan opendraaien. We moeten verschillende soorten brand herkennen aan de rook en daarop kunnen anticiperen. Daarnaast stabiliseren we auto’s, bevrijden we slachtoffers uit gebouwen, voertuigen of water en bestrijden we gevaarlijke stoffen.”
Doorzetten
Soms komt het voor dat een incident niet goed afloopt. De eerste keer dat Wojtek zoiets meemaakte, twijfelde hij of hij wel door wilde gaan met dit werk. “Het was een dodelijk auto-ongeluk, vlak voor kerst. Ik had de hele dag gewerkt en daarna een bedrijfsuitje gehad, toen de pieper ging. Ik was toen de hele nacht onderweg en kwam pas rond vijf uur ‘s ochtends weer thuis. Die ochtend ging de pieper weer,” deelt hij. Hoewel het geen fijne ervaring was, besloot de vrijwilliger om door te zetten. “Ik ben ergens aan begonnen, dus wil het ook afmaken. Het is zwaar werk, maar iemand moet het doen.”
Inmiddels heeft Wojtek geleerd heftige situaties los te laten. “Als mens raakt het me natuurlijk als iemand het niet overleeft, maar als brandweerman weet ik dat het bij het werk hoort. Vroeger was ik echt bang voor dode lichamen, maar nu kan ik er best goed mee omgaan,” zegt hij. Het Team Collegiale Ondersteuning (TCO), dat bij dit soort gebeurtenissen een luisterend oor biedt en kan doorverwijzen naar professionele hulp, heeft hem daarbij geholpen. Ook zijn ploeggenoten spelen een belangrijke rol. “We kunnen altijd bij elkaar terecht als iemand ergens mee zit. We zijn gewoon één grote familie,” zegt hij dankbaar.
Het familiegevoel is één van de redenen waarom Wojtek dit werk zo graag doet. De spanning is zijn andere drijfveer. “Sommige mensen hebben hardlopen als hobby, maar ik zoek graag de spanning op. Het werk bij de brandweer maakt indruk op me en voegt echt iets toe aan mijn leven,” klinkt het. Hij hoopt het dan ook nog lang te kunnen doen. “Nog 26 jaar zou mooi zijn, dan zit ik straks precies op dertig.”




















