
Nieuwe hoofdtrainer VV Trinitas heeft vijftig jaar ervaring
SportBOIJL - Dit seizoen staat Rob Ton (76) voor het eerst als hoofdtrainer/coach bij VV Trinitas voor de groep. Na jaren waarin hij namens de VVON als interim bij verschillende clubs werd ingezet, kiest hij nu bewust voor een vaste ploeg. Voor de ervaren oefenmeester, die dit jaar zijn vijftigjarig jubileum viert als hoofdtrainer in het amateurvoetbal, is de club uit Boijl een nieuwe uitdaging: “Ik wil dit team leren kennen en samen op zoek gaan naar de juiste balans.”
In de afgelopen vijftig jaar heeft de 76-jarige Rob Ton veel veranderingen gezien binnen het amateurvoetbal. Niet alleen op het gebied van technisch en tactisch niveau ziet het spelletje er letterlijk anders uit, ook de mentaliteit en de cultuur is veranderd op de amateurvoetbalvelden, weet hij: “Spelers zijn tegenwoordig niet meer voor de volle 100% gefocust op voetbal. Er zijn ook andere belangrijke zaken bijgekomen, zoals studie, werk en sociale verplichtingen. Daar moet je als hoofdtrainer rekening mee houden.” De altijd leergierige Rob bleef daarom via de VVON (verplichte) bijscholingen volgen, ondanks zijn jarenlange ervaring: “Mede door die bijscholingen ben ik flexibeler geworden en ga ik mee met de tijd.” De afgelopen acht jaren werd hij via de vacaturebank van de VVON ingezet als interim: “Dat was prachtig werk om te doen, maar dit seizoen heb ik er bewust voor gekozen om maar met één club aan het werk te zijn. Ik had de behoefte om weer gericht met één team te werken op een behoorlijk voetbalniveau. De uiteindelijke keuze voor zondag derde klasser v.v.Trinitas was niet zo moeilijk.”
Vorig seizoen trainde hij twee clubs (v.v. Giethoorn en v.v. DESZ- Zwartsluis) en had dus weinig tijd om het team in Boijl te leren kennen: “Gelukkig was het contact met het bestuur goed en van een afstand volgde ik natuurlijk de uitslagen.” Hij had graag voor de zomer de spelers één op één willen leren kennen, maar dat lukte helaas niet. De eerste kennismaking verliep via een vragenlijst: “Zo leerde ik ze vooraf al wat beter kennen: Wat zijn hun achtergronden, wat zijn hun speltechnische plussen en minnen, welke ambities hebben ze.” Het proces is hiermee natuurlijk nog lang niet afgerond, vindt Rob: “Tot 21 september ben ik druk bezig met ‘mijn huiswerk’. Ik moet op zoek naar de juiste verhoudingen binnen het team, naar de formatie in het veld welke het beste past bij de eerste selectie.” De nieuwe hoofdtrainer geeft aan dat hij de spelers die sturing kunnen en willen geven aan hun teamgenoten het liefst op de as wil zien functioneren: “Je zoekt uiteindelijk naar de perfecte balans tussen ‘de werkers’ en ‘de denkers’. De spelers die uitstralen dat ze functioneel wat te zeggen hebben in het team, die zijn cruciaal voor mij. Zij bepalen in het veld namens mij hoe er gestuurd moet worden van linie tot linie.”
“Ik ben geen hoofdtrainer die eventjes zijn (persoonlijke) voetbalvisie komt opleggen, dat is niet meer van deze tijd,” vindt Rob: “Vroeger was het voetbal nogal hiërarchisch ingesteld. Wat de trainer zei, dat moest gebeuren. Nu willen spelers het ‘waarom’ weten. Ze willen inspraak en zijn kritischer. En daar heb ik absoluut geen moeite mee, het is juist een goede zaak in het kader van optimale wisselwerking.” Als Hoofdtrainer moet je er dus voor zorgen dat je je keuzes goed kunt onderbouwen, legt hij uit: “Je moet inzichtelijk maken naar de spelersgroep waarom je ergens voor kiest zodat er een optimale samenwerking in het team gaat ontstaan.”
Rob doet dat bijvoorbeeld onder andere door de trainingsopkomst van zijn spelers goed bij te houden: “De formule voor speelminuten is heel duidelijk. Jouw trainingsinzet maal de persoonlijke kwaliteiten bepalen hoe vaak en hoe lang je wordt opgesteld.” Hij houdt er wel rekening mee dat de wereld van zijn spelers is veranderd: “Soms zullen zij ervoor kiezen om een training te missen voor iets wat zij ook belangrijk vinden. Als zij die training inhalen bij een andere club of met een trainingsplan in de sportschool, dan telt dat gewoon mee. Voor de spelers zal het even wennen zijn, beaamt hij: “Maar eigenlijk is het heel simpel: Mijn keuzes zijn recht evenredig met de persoonlijke keuzes die de spelers voor zichzelf maken.”
Uiteindelijk gaat Rob met zijn achttien vaste selectiespelers aan het werk: “Als ik straks op hoofdlijnen de juiste speltechnische verhoudingen heb weten te realiseren, zowel in de lengte als in de breedte, dan gaan we er met elkaar een prima nieuw seizoen van maken. Ik heb er in ieder geval heel veel zin in.”



























