
Vuilnisman Frits gaat al 33 jaar fluitend naar zijn werk
Persoonlijke verhalenWOLVEGA - Ieder jaar gooien Nederlanders zo’n 450 kg afval per persoon weg. Daar merken we meestal maar weinig van: zodra de container aan de weg staat, kijken we er niet meer naar om. Voor Frits de Vries is dat anders. Zodra de container aan de weg staat, begint voor hem juist het werk. De vuilnisman uit Wolvega zit al 33 jaar in het vak, leegt elke dag honderden containers en zou niet anders willen. In het kader van de Week van de Afvalhelden (2 tot en met 8 maart) vertelt Frits wat zijn werk bij afvalverwerkingsbedrijf Omrin zo mooi maakt.
Frits begon veertig jaar geleden als stratenmaker in Franeker, maar na zeven jaar hield hij het voor gezien. “Je ligt de hele dag op je knieën op straat en gaat maar door. Lichamelijk werd dat steeds zwaarder. Ik ging toen bij de gemeente aan de slag als vuilnisman en dat voelde alsof ik van de hel in de hemel was beland,” vertelt hij.
De komst van zijladers
Destijds waren er nog achterladers en liepen vuilnismannen achter de wagen aan. Rond het jaar 2000 veranderde dat. “Ik was één van de eersten die chauffeur van een zijlader werd. Niet iedereen was daar meteen enthousiast over, omdat men dacht dat het werk met zijladers veel langer zou duren,” blikt Frits terug. Niets bleek minder waar. Het werk dat vroeger door drie mensen werd gedaan – een chauffeur en twee vuilnismannen – kan hij nu in zijn eentje afhandelen. Dat bevalt hem goed: “Ik heb de hele dag de radio aan en kan handsfree bellen, dus ik vermaak me prima. Bovendien ben ik het gewend om alleen te werken; dat gaat nu alweer 25 jaar zo.”
De komst van zijladers bracht nog meer veranderingen met zich mee. Waar Frits vroeger zijn dagen lopend doorbracht, zit hij nu vooral achter het stuur. “In diezelfde tijd stopte ik met roken, dus ik kwam toen best veel aan. Ik moet nu na het werk beweging opzoeken, maar gelukkig gaat dat goed.” Daarnaast hoeven vuilnismannen niet langer zelf de vuilnisbakken te openen. Het vooroordeel dat het werk van een vuilnisman vies is, klopt volgens Frits dan ook niet. “We krijgen geen afval door onze handen. En als we toch een keer direct met afval in aanraking komen, hebben we natuurlijk handschoenen aan.”
Op de juiste plek
Dat vuilnismannen geen afval door hun handen krijgen, betekent echter niet dat ze niet zien wat er in de containers zit. “Dat denken mensen wel eens, maar dankzij camera’s weten wij precies wat mensen weggooien,” zegt de afvalheld. Hij merkt dat het regelmatig misgaat. “In de gemeente Weststellingwerf betaal je per kilo voor huisvuil. Omdat gft gratis is, gooien mensen hun huisvuil daar soms bij. Als wij dat zien, maken we daar een notitie van en hangen we een kaart aan de container als waarschuwing. Na een paar waarschuwingen wordt de container uiteindelijk niet meer geleegd en ingenomen.”
Wat ook vaak misgaat, is de manier waarop containers worden neergezet. Idealiter staan er twee dicht bij elkaar, met maximaal tien centimeter ruimte ertussen. “Als die afstand groter is, moeten we elke keer de grijparm opnieuw omhoog doen,” legt Frits uit. “Op een dag leeg ik zo’n duizend containers. Als ik ze per twee kan oppakken, hoef ik de arm maar vijfhonderd keer te gebruiken.” De routes die hij rijdt zijn daar ook op berekend. “Als alles los van elkaar wordt aangeboden, kost dat veel extra tijd. Dan ben ik pas half zeven ’s avonds thuis, in plaats van vier uur ’s middags.”
Lekker rondrijden
Hoewel elk beroep minder leuke kanten heeft, is Frits heel tevreden. “Ik ben met vijf minuutjes fietsen bij de vuilniswagen en mag dan van half 8 tot 4 uur lekker rondrijden. Dat vind ik gewoon leuk. Vroeger kon ik me wel druk maken over dingen die onderweg gebeurden, maar ik heb met de jaren wel geleerd om die los te laten zodra ik weer thuis ben.”
Ook over Omrin spreekt hij vol lof: “Zo lang jij je werk goed doet, zit je bij Omrin goed. Je wordt gewaardeerd en er is niemand die je op je vingers kijkt. Ik kan me geen betere werkgever voorstellen, en zou ook geen andere werkgever willen. Ik doe het niet voor niks al 33 jaar. Mensen vragen wel eens hoe lang ik nog moet werken, maar dan zeg ik: ik mag nog acht jaar. Gelukkig maar, want ik ga nog elke dag fluitend naar mijn werk toe.
‘Ik mag van half 8 tot 4 uur lekker rondrijden. Dat vind ik gewoon leuk’




















