
Boeren maken zich grote zorgen over gepresenteerde concept Landschapsvisie
NatuurMAKKINGA - Op woensdag 1 en donderdag 2 november presenteerde de Stuurgroep Organisatie Regionaal Landschap Drents-Friese grensstreek in Appelscha en Dwingeloo een concept Landschapsvisie. Boeren uit de regio maken zich daar grote zorgen over en LTO Noord spreekt in een persbericht zelfs over een ‘bedreiging voor het voortbestaan van de agrarische sector in de Drents-Friese grensstreek’. René Otten van Melkveehouderij familie Otten in Makkinga is een van de boeren die zich zorgen maakt over de Landschapsvisie. Hij doet namens de Nederlandse Melkveehouders Vakbond zijn verhaal.
“Deze Landschapsvisie is zó tenenkrommend slecht en kan wat ons betreft regelrecht de prullenbak in”, begint René stellig aan zijn verhaal. “In het rapport ligt de focus op natuur en biodiversiteit, maar er is totaal geen perspectief voor wat betreft de landbouw. Het staat vol met loze kreten als kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw, terwijl in het rapport zelf totaal niet afgekaderd is wat dat dan inhoudt. Daarnaast lees ik allemaal feitelijke onjuistheden en aannames in het rapport. Er is gewoon totaal geen wetenschappelijke onderbouwing terug te vinden.”
![]()
Verwondering over rapport
René verwondert zich dan ook over het feit hoeveel en welke partijen aan het rapport meegewerkt hebben. “De opdracht is gegeven door een Stuurgroep, die volgens Bijlage 1 bestaat uit twee provincies (Drenthe & Fryslân), Waterschap Drents- Overijsselse Delta, vier gemeentes rondom het gebied (Westerveld, Ooststellingwerf, De Wolden en Midden Drenthe), Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Het Drents Landschap, Recreatieschap Drenthe, Recron, Drents Particulier Grondbezit, Maatschappij van Weldadigheid en LTO Noord. Vooral die laatste vind ik opmerkelijk, want hoe kan het zo zijn dat je een opdracht verstrekt en dat je daarna zo verbaast bent om deze uitkomst? Heb je dan geen controle gehad op dit proces?”
Het feit dat er zoveel overheidsinstanties meegewerkt hebben aan het rapport en dat dit de uitkomst is, is iets wat René enorm stoort. “Zo’n rapport kost normaal gesproken heel veel geld. Als er zoveel overheden bij betrokken zijn, kun je wel nagaan dat dit van belastinggeld betaald gaat worden of via een subsidiestroom. Als het rapport dan zo schrijnend slecht is, mag daar best wel eens iets over gezegd worden.”
Geen ideeën met perspectief
René licht toe waarom boeren bijvoorbeeld geen heil zien in kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. “Als je de actualiteit volgt, kun je zien dat hier al eens een minister op gesneuveld is. Staghouwer moest een perspectiefbrief schrijven voor kringlooplandbouw zoals de Rijksoverheid dat voor zich zag. Hij heeft dat destijds twee keer uitgesteld en de derde keer heeft hij een brief geschreven waar geen perspectief uit voortkwam. Vervolgens legde hij zijn taak neer en heeft Adema het overgenomen. Adema probeerde het via een landbouwakkoord, maar ook dat is niet gelukt. Je kunt dus wel uittekenen dat achter deze ideeën geen verdienmodel en perspectief zit, maar in dit rapport wordt het doodleuk weer opgevoerd.”
Onvoldoende inspraak
Volgens de boer uit Makkinga zijn er wel inspraaksessies geweest, maar is er heel weinig gedaan met de input. “Ik ben zelf bij de inspraaksessies geweest, maar daar is heel weinig of enkelzijdig iets mee gedaan. Ik ga er dus ook niet vanuit dat er consequenties voor de landbouw uit voortkomen. Ze willen op basis van feedback een definitieve versie gaan maken, maar als de basis al een hele rotte fundering heeft, wordt dat lastig. Het lijkt mij circulair gezien dan ook het beste dat dit richting de oud-papierbak gaat.”
Het belang van landbouw
Tot slot wil René het belang van de landbouw in Nederland benoemen. “De wereldbevolking stijgt behoorlijk hard, maar aan de andere kant zorgt klimaatverandering er ook voor dat het in bepaalde werelddelen lastiger wordt om voedsel te verbouwen. Neem de droogte in Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld. Zo kun je nog vele andere gebieden opnoemen waar het klimatologisch moeilijker wordt. We zijn hier in staat om efficiënt en veilig voedsel te produceren, daar moet toch in de toekomst ruimte voor blijven.”
Input LTO Noord niet verwerkt
LTO Noord-regiobestuurder Arend Steenbergen begrijpt de consternatie van René wel, maar heeft een eenvoudige verklaring voor zijn vraag: “Wij hebben zowel vooraf, als halverwege het proces, onze input geleverd. Deze is echter niet opgenomen in de daadwerkelijke uitwerking. Daarom hebben wij gezegd: ‘Let op, als Land- en Tuinbouw Organisatie komen wij hier absoluut op terug, want het kan niet zo zijn dat je vrijblijvend informatie ophaalt en daar vervolgens niets mee doet.”
Een lang en moeizaam proces
Volgens Arend is het een moeizaam proces dat al meerdere jaren gaande is. Hij licht toe: “Het gaat om de Nationale Parken, bestaande uit Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold. Daar is een Stuurgroep voor in het leven geroepen, welke grotendeels ook gaat over het tussengebied daarin. Ik heb het stokje overgenomen van Jan Bloemerts en in die periode is er geld beschikbaar gekomen om de Landschapsvisie te maken. Daar was toen al heel veel om te doen met de verschillende Raden, Westerveld bijvoorbeeld. Zij zeiden: ‘Een Landschapsvisie leuk en aardig, maar wij gaan over ons eigen grondgebied’. Toen heb ik samen met Taeke Wahle (Beleidsadviseur LTO Noord) randvoorwaarden voor de landbouw geschreven. Deze input zagen we ook graag verwerkt in de Landschapsvisie van Eelerwoude, maar omdat Nationale Parken voornamelijk gaan over natuur, landschap en recreatie, heeft de rest van de Stuurgroep uiteindelijk gezegd: ‘Er komt ook nog een PPLG (Programma Landelijk Gebied) aan. Dat willen we er dus niet in hebben.’ Wij zeiden met LTO Noord toen al dat we blijven waarschuwen, want het landelijke gebied bestaat voor 80 procent uit landbouw. Dat kan dus niet achterwege blijven. Blijkbaar heeft de Provincie een flinke prikkel nodig om samen te werken met de landbouw, maar op deze manier komt die er natuurlijk wel. Toen de Landschapsvisie uiteindelijk is uitgezet, hebben we intern nog flink commentaar geleverd op de wijze van onderzoek; de enquête die maar minimaal was ingevuld, de manier van communiceren met plaatselijke bladen en de wijze waarop mensen, bewoners en ondernemers gevraagd werden om nog te komen op de inspraakavonden. Daarnaast hebben wij als Stuurgroep de inhoud van de Landschapsvisie ook pas gezien tijdens de presentaties. We willen best kijken naar het Programma Landelijk Gebied, alleen op dit moment is het gewoon een wirwar aan wetgeving, aanpak en geld. Daarom hebben wij hier op deze wijze op geacteerd.”























