
Deze omstandigheden vergroten de kans op een val
Zorg & WelzijnFRIESLAND - Eén op de drie 65-plussers valt minstens één keer per jaar, bij 75-plussers is dit zelfs 50%. Door die cijfers lijkt het soms alsof je als oudere gegarandeerd eens gaat vallen, maar dat is natuurlijk niet waar. De één loopt immers meer risico op een valincident dan de andere. Er is veel onderzoek gedaan naar welke factoren de kans op vallen vergroot. Deze onderzoeken vormen de basis van de aanbevelingen die men geeft om het valrisico te beperken.
Mobiliteitsstoornissen
Eén van de belangrijkste risicofactoren voor vallen zijn mobiliteitsstoornissen, bestaande uit stoornissen in balans, looppatroon en/of spierkracht. Met name een verminderde balans vergroot de kans op een valpartij, maar ook een verminderde spierkracht verhoogt het risico. Vanaf je dertigste verlies je elk jaar ongeveer 1% van je spiermassa. Beweeg je weinig, dan gaat dit veel sneller.
Een eerdere val
Mensen die eerder gevallen zijn, maken meer kans om nog eens te vallen. Uit de meeste onderzoeken blijkt ook dat het risico van toekomstig vallen sterker wordt als het aantal vallen ook groter is. Hoe vaker je bent gevallen, hoe groter de kans dat je nog eens valt. Valangst ontstaat vaak na een eerste val en is ook een risicofactor. Dat komt met name omdat mensen met valangst minder actief (durven) te zijn.
Medicatie
Sommige medicijnen verhogen de kans op vallen, vooral die voor hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen. Mensen die meer dan vijf medicijnen slikken hebben ook een verhoogd valrisico. Het is daarom belangrijk om je medicatie te checken, bijvoorbeeld samen met de huisarts of apotheker.
Hart- en vaatziekten
Mensen met hart- en vaatziekten maken meer kans om te vallen. Vooral een lage bloeddruk, hartfalen of een hartritmestoornis vergroten het valrisico. Het is dus belangrijk om een hart- of vaatziekte goed te laten behandelen.
ADL-afhankelijkheid
Als iemand moeite heeft met of afhankelijk is van hulp voor activiteiten uit het algemeen dagelijks leven, zoals naar het toilet gaan, lopen zonder hulpmiddel, in en uit bed stappen of aan- en uitkleden, dan lopen zij meer risico op vallen. Over het algemeen geldt ook dat hoe meer hulp iemand nodig heeft bij deze activiteiten, hoe groter het risico is.
Gehoorstoornissen
Hoewel er nog weinig onderzoek is gedaan naar de invloed van het gehoor op het valrisico, blijkt uit sommige onderzoeken dat mensen die minder goed horen meer risico lopen op een valpartij.
Stemming en cognitieve stoornissen
Mensen met een stemming of cognitieve stoornis, zoals dementie, depressiviteit, verwardheid (delier) of gedragsproblemen, hebben een groter valrisico.
Comorbiditeit
Er zijn diverse omstandigheden die samengaan met andere aandoeningen die ook het valrisico vergroten. Hieronder vallen onder andere een oudere leeftijd, geslacht, een lange opname in het ziekenhuis, duizeligheid, artrose, urine-incontinentie, voetproblemen, Parkinson, neurologische stoornissen, diabetes, een tekort aan vitamine D, alcoholgebruik, de mate van lichamelijke activiteit, omgevingsfactoren (met name de aanwezigheid van objecten waarover je kan struikelen) en de afname van spierkracht onder.
Er zijn enorm veel omstandigheden die het risico op een val kunnen vergroten. Wilt u weten wat uw valrisico is?
Ga dan naar www.testjevalrisico.nl.



























