
‘Ik ben een gedreven dirigent, theatraal en met een knipoog’
CultuurFRANEKER - Eric Roelofsen groeide op in een muzikaal gezin en ontwikkelde zich tot veelzijdig muzikant en dirigent. Als tubist reisde hij met Di Gojim de wereld over en als humoristische en theatrale dirigent zorgt hij, samen met de muzikanten, voor een feestelijk avondje uit.
Eric groeit op in een muzikale familie. Zijn vader en opa waren dirigent: “Mijn opa was één van de eerste mensen in die tijd die kon rondkomen van dat beroep. Hij was een stoere vent, reed motor en werkte snoeihard. Helaas overleed hij veel te jong. Mijn vader, de oudste zoon, nam zijn orkesten over en ging naar het conservatorium.” Als muziekleraar kwam Erics vader terecht bij muziekschool De Meldij in Drachten: “Hij was heel jong, nog maar 27, toen hij werd gevraagd om daar directeur te worden.” Zijn vader, herinnert hij zich, was groot liefhebber van Bach: “Ik denk dat elke muzikant wel moet erkennen dat dat de grootste componist is. Als je een beetje religieus bent, dan is Bach je god.” Toch wordt er weinig muziek geluisterd in huize Roelofsen: “Mijn vader kon dat niet altijd verdragen. Als puber vond ik dat heel vervelend, maar nu ik ouder ben en zelf ook veel met muziek werk, snap ik dat wel. Je luistert er op een andere manier naar. Veel hitjes van tegenwoordig interesseren mij niet. Ze zijn voorspelbaar en soms zelfs gewoon vals. Ik kan er niet vaak van genieten.”
In het gezin van Eric stonden twee dingen centraal: muziek en voetbal. Zowel Eric als zijn broer Robert zijn er goed in en voetbalden op hoog amateurniveau: “Ik heb altijd het gevoel gehad dat we twee kanten op konden, dat we óf muzikant zouden worden, óf voetballer. Uiteindelijk is mijn broer de voetballerij ingegaan, en ik de muziekwereld.” Op zijn vierde zette hij daar zijn eerste stapjes: “Op de muziekschool was een vioolleraar die van zijn eigen zoontje een hele goede violist wilde maken en zei tegen mijn vader: jij hebt toch ook zo’n klein jongetje thuis? Hij hoopte dat een beetje competitie zijn zoon nog beter zou maken.” Op de zondagochtend speelde de jonge Eric mee met de radio, als zijn ouders uitsliepen: “Ik heb het blijkbaar wel heel leuk gevonden, maar in Friesland kun je niet heel veel als violist. Er heerst meer een blazerscultuur, dus ik had weinig mogelijkheden om mij te ontwikkelen.” Op bezoek bij zijn moeders familie maakte hij op twaalfjarige leeftijd kennis met de trombone: “Dat vond ik tien keer leuker. Het past bij mij als persoon. Trombonisten zijn in het algemeen altijd grappige mensen die het leven niet te serieus nemen, zo ben ik ook. Tegelijkertijd kun je met de trombone overal in spelen, van bigbands en symfonieorkesten tot pop- en salsabands. Dat trok mij aan.”
Nadat Eric de middelbare school afrondt, gaat hij naar het conservatorium: “Mijn vader moedigde mij aan om mij niet alleen te laten scholen als trombonist, maar ook als dirigent. Er zijn heel veel goede trombonisten en er zijn maar heel weinig mensen die goed een orkest kunnen dirigeren.” Hij luistert in eerste instantie niet naar zijn vader: “Maar hij had wel gelijk. Ik zat in een lichting met enorm veel talent en kon er niet goed tegen dat er klasgenoten waren die echt beter waren. In het tweede jaar ben ik daarom toch maar gaan dirigeren. De Friese dirigent Jan Vermaning gaf mij gelijk een orkest. Ik werd voor de leeuwen gegooid, maar kon zo wel veel ervaring opdoen.” Uiteindelijk maakt Eric het conservatorium niet af: “Ik ben een hbo-opleiding gaan doen, maar tijdens de stage kwam ik erachter dat ik zo’n voorspelbare 9-tot-5-baan verschrikkelijk vond. Ik had tijdens die opleiding geen muziek meer gemaakt en om eerlijk te zijn miste ik het niet. Pas toen ik na een jaar weer ging spelen, merkte ik hoeveel ik het toch gemist had.”
Di Gojim
Dan ziet hij dat de band Di Gojim een tubist nodig heeft: “Ik speelde geen tuba, maar omdat ik wel de trombone kon spelen, had ik het gevoel dat ik het snel zou leren. Ik vroeg aan mijn vader of hij nog een tuba had liggen in de muziekschool en deed auditie. Ik moest wat uit mijn hoofd spelen en wat van bladmuziek. Zes dagen later speelde ik mee en dat doe ik nog steeds.” Di Gojim speelt klezmer- en Balkanmuziek en geniet veel populariteit: “We hebben over de hele wereld gespeeld, voor duizenden mensen. Het is nog steeds één van de leukste dingen die ik doe.”
Crazy Tunes Jazz Band
De eerste twintig jaren van zijn muzikale carrière speelde Eric veel. Door ook les te geven en zelf weinig kosten te maken, kon hij er goed van rondkomen: “Ik wilde mijn eerste auto kopen en klopte bij mijn vader aan om geld te lenen. Hij opperde toen om toch weer te gaan dirigeren en zo het geld te verdienen. Dat heb ik toen gedaan.” Inmiddels dirigeert hij vijf verschillende orkesten, waaronder de Crazy Tunes Jazz Band: “De Crazy Tunes Jazz Band is een smallband die bestaat uit een vaste bezetting, met vier muzikanten in de ritmesectie, drie saxofonisten, twee trompettisten en één trombonist. We spelen muziek uit de Roaring Twenties, de jaren ’20 van de vorige eeuw.” Eric schetst hoe die tijd eruitzag in de VS, waar dit genre ontstond: “De Eerste Wereldoorlog was gewonnen, de radio kwam op, door industrialisatie was er veel werkgelegenheid en de slavernij was net afgeschaft. Er heerste een gevoel van vrijheid en blijheid. Dat merk je aan de muziek. Het is vrolijk en goed dansbaar.” Ook dit genre past goed bij hem: “Ik ben een gedreven dirigent, theatraal en met een knipoog. Deze muziek sluit daarop aan, omdat het zo opgewekt is. We maken er altijd een swingend feestje van.”
In actie
Wil je Eric en de Crazy Tunes Jazz Band in actie zien? Op zondag 26 oktober om 15.00 uur openen zij, samen met geselecteerde dansparen van Dance Centre Omar Smids, het concertseizoen van Art Connection in het WestCord WTC Hotel.



























