
‘Een IQ van 130 zegt niet alles’
EducatieNOORDWOLDE - Van 7 tot 15 maart is het de Week van de Hoogbegaafdheid. Tijdens deze week is er aandacht voor wat hoogbegaafdheid écht betekent, wordt er kennis gedeeld en worden misvattingen rechtgezet. Liana van Galen en Ageeth Bos zetten zich hier het hele jaar voor in. Beide zijn leerkracht op het Comprix College, een academisch leerpunt voor cognitief talentvolle leerlingen.
Twaalf jaar geleden stonden Liana en Ageeth aan de start van het Comprix College. Uit een vijfjarige pilot die aan de oprichting voorafging, bleek dat er op kleine scholen weinig tijd was om hoogbegaafde kinderen te begeleiden. Ze begonnen met één aparte groep voor leerlingen van verschillende scholen in Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Al snel kwamen er twee groepen, en tegenwoordig wordt er drie dagen per week lesgegeven aan leerlingen van groep 5 tot en met 8.
Hoewel hoogbegaafdheid een bekende term is, gebruiken ze die op het college bewust niet. “Iemand is officieel hoogbegaafd als iemand een IQ van 130 heeft, maar dat zegt niet alles. Een kind met een IQ van 128 kan soms meer vastlopen dan een kind met een IQ van 140,” zegt Ageeth. “De vraag wat iemands IQ is, vinden wij niet interessant voor het onderwijs. Wij vinden een andere vraag veel belangrijker, namelijk: “Hoe kunnen we jouw talent voor leren verder ontwikkelen?”
Leren leren
De leerlingen verruilen één dag per week hun eigen school voor het Comprix College, waar ze leren leren. “Als je met ze in gesprek gaat, merk je aan hun woordenschat, hun humor en de manier waarop ze ergens induiken, dat ze anders denken dan de meeste anderen. Op hun eigen school voelen ze zich vaak alleen, bijzonder of zelfs raar. Daardoor zitten ze vaak met zichzelf in de knoop,” vertelt Ageeth. Het is volgens haar dan ook een misvatting dat deze kinderen zich wel redden omdat ze zo slim zijn. “Het zijn kinderen, maar ze hebben precies in de gaten wat er allemaal gebeurt in de wereld. Ze hebben echter nog niet geleerd dat je niet overal iets aan kunt doen.”
Ook hun perfectionisme kan in de weg zitten, weet Liana. “Er zijn kinderen geweest die zichzelf op de wc opsloten, omdat ze bang waren dat ze tijdens een presentatie ook maar één woord verkeerd zouden zeggen. De meeste kinderen liggen daar niet wakker van, maar onze leerlingen kunnen hier uren over malen. Dat perfectionisme ontstaat omdat school vaak te makkelijk gaat; ze hoeven er geen moeite voor te doen. Hier moeten ze dat wel, maar we werken niet met rapporten of cijfers. Het maakt dus niet uit als iets niet lukt. Dat is een hele waardevolle ervaring.”
Het meest waardevolle dat het Comprix College biedt, is dat kinderen er gelijken kunnen ontmoeten. “Ze zien dat er meer kinderen zijn die met dezelfde dingen worstelen, dat doet iets met ze,” merkt Ageeth op. Haar collega vult aan: “Het sterkt ze. Kinderen merken dat ze toch niet zo raar zijn als ze dachten, wat hun zelfvertrouwen een boost geeft.” Soms daalt dat zelfvertrouwen eerst even. “Sommigen denken dat ze alles al kunnen als ze hier komen, maar dan merken ze dat ze hier opeens écht worden uitgedaagd. Ze gaan dan wel eens onderuit, maar juist daardoor leren ze zichzelf heel goed kennen.”
Blijven strijden
De leerkrachten merken dat er in het onderwijs steeds meer oog voor hoogbegaafdheid is, maar ook dat er op veel kleine scholen simpelweg geen tijd is om er iets mee te doen. Toch is het volgens hen nodig om passend onderwijs te bieden aan cognitief talentvolle leerlingen. “Als zij niet de juiste begeleiding krijgen, zakken ze in het beste geval naar beneden. Qua niveau in het onderwijs, maar ook later in de samenleving. In het ergste geval kunnen er depressieve en suïcidale gedachten ontstaan.” Ondanks de hoge kosten blijven ze daarom strijden voor meer aandacht voor hoogbegaafdheid. “Ja, het is duur. Maar het is ook ontzettend waardevol.”
























