
Vertrouwenspersoon Mariëlle over pesten op de werkvloer
AlgemeenFRIESLAND - Op 19 april is het de Dag tegen Pesten. Op scholen wordt veel aandacht besteed aan dit onderwerp, maar ook op de werkvloer komt pestgedrag voor. We vroegen daarom vertrouwenspersoon Mariëlle Bakker van Prosjen hoe pestgedrag zich op de werkvloer manifesteert, wat de gevolgen zijn en vooral hoe medewerkers en organisaties ermee om kunnen gaan.
Pesten op het werk kan vele vormen aannemen: collega’s die iemand met opzet uit de mailbox verwijderen, iemand niet mee vragen om te lunchen, roddelen, sarcastische opmerkingen maken of iemand stelselmatig belachelijk maken tijdens een overleg. Soms is het subtiel, maar de gevolgen zijn groot. “Mensen gaan met een knoop in hun maag naar hun werk, ervaren stress en kunnen zelfs fysieke klachten krijgen door de situatie,” vertelt Mariëlle. Uiteindelijk leidt dit tot ziekteverzuim en soms zelfs tot ontslag.”
Organisatiecultuur en weerbaarheid
Volgens Mariëlle heeft pesten vaak te maken met de cultuur binnen een organisatie. In bedrijven met een duidelijke structuur en waar sociale veiligheid wordt gewaarborgd, komt het minder vaak voor. Daarnaast speelt weerbaarheid een belangrijke rol. “Tegenwoordig worden kinderen minder weerbaar opgevoed. Doordat beide ouders werken krijgen ze soms minder aandacht, wat kan leiden tot compensatiegedrag. Negatieve aandacht is immers ook aandacht,” legt de vertrouwenspersoon uit. Dit gebrek aan weerbaarheid kan doorwerken op latere leeftijd, waardoor volwassenen sneller onzekerheden projecteren op hun collega’s. “Pesten is niet altijd gebaseerd op een persoonlijke afkeer, het komt vaak voort uit onzekerheid of kan zelfs een tactische zet zijn.”
Het melden van pestgedrag
Pesten op de werkvloer wordt vaak niet gemeld en aangepakt. De leidinggevende speelt hierin een sleutelrol volgens Mariëlle, maar is soms niet benaderbaar of merkt het pestgedrag niet op. “Je moet je afvragen of de juiste mensen op de juiste plek zitten. Als dat niet zo is, kan het een enorme drempel zijn om pestgedrag te melden,” zegt ze. Ook de thuissituatie is van invloed. Een steunfiguur kan helpen om het probleem bespreekbaar te maken en actie te ondernemen, maar zonder zo’n vangnet blijven veel slachtoffers stil. Daarnaast weerhoudt groepsdruk collega’s ervan om in te grijpen. “Mensen zijn bang zelf het volgende doelwit te worden.”
Juist om deze redenen vindt Mariëlle het belangrijk dat zij als vertrouwenspersoon goed zichtbaar is binnen een organisatie. Tijdens het voorstellen let ze daarom op of iemand haar net even wat langer aankijkt dan normaal of meer vragen stelt dan anderen. Toch heeft ze tot nu toe nog maar één keer een melding over pesten gekregen. Dat lijkt misschien een goed teken, maar volgens de vertrouwenspersoon zit daar ook een keerzijde aan. “Als je naar de cijfers kijkt, wordt één op de vier werknemers gepest. Dat zou betekenen dat veel werknemers het niet melden,” zegt ze. Hoewel ze hier niet van opkijkt, vindt ze het wel jammer: “Ik gun iedereen het zelfvertrouwen om voor zichzelf op te komen.”
Erboven staan
Vaak wordt verwacht dat het pesten erger wordt zodra de gepeste persoon het aankaart, maar het tegendeel blijkt waar. “Op zo’n moment beseft de pester dat degene die hij of zij pest er wel werk van durft te maken. De pester wil zelf niet de pineut zijn, en zal in de meeste gevallen stoppen met het pestgedrag,” legt Mariëlle uit. Ze benadrukt dat pesten meer zegt over de pester dan over de gepeste: “Het is een uiting van onzekerheid of jaloezie en ik hoop dat de gepeste persoon hier boven kan gaan staan.”





















