zondag 5 april, 2020 21:31
Logo rondomvandaag.nl/Stellingwerven
Antje van der Meer omstreeks 1890
Antje van der Meer omstreeks 1890 (Foto: )

Schaatsen tegen de honger

  Cultuur

In zaal 1.12 van het Rijksmuseum, te midden van prinsen en koningen, hangt een opvallend schilderij: ‘Schaatswedstrijd voor vrouwen op de Stadsgracht in Leeuwarden, 21 januari 1809’. In de negentiende eeuw waren 'hardryderijen' voor arme Friese vrouwen bittere noodzaak. Dat toont ook het verhaal van mijn oudmoeder Antje van der Meer.

Antje is drieëntwintig jaar als ze haar ouderlijk huis in de grietenij Hemelumer Oldephaert en Noordwolde verlaat. Het is de zomer van 1862, en ze reist de liefde achterna. Berend van der Veen uit Lemmer is vijf jaar ouder dan Antje en al weduwnaar. Hij is schipper op zijn eigen skûtsje, Twee Gebroeders.

Kostwinnaar
Hoewel Antjes jeugd in een arbeidersgezin niet onbekommerd was, is leven op het schip van een andere orde. Schippersfamilies als die van Berend en Antje hebben lage en wisselende inkomsten. Vooral in de lange, strenge winters is de honger een kwelling. Dikwijls liggen zij dan ingevroren in de haven. Zo ook begin 1865 in Leeuwarden, waar dan een schaatswedstrijd voor vrouwen wordt georganiseerd.

Antje staat erop om mee te doen. Ze is een geoefend schaatser, en hardryderijen bieden de kans om broodnodig voedsel als bonen, spek en meel te verkrijgen. Berend protesteert fel: zijn vrouw is net bevallen van zoon Romke (mijn toekomstige betovergrootvader). Hij trekt echter aan het kortste eind, want Antje houdt vol – en wint de eerste prijs. Zo komt haar gezin de rest van de winter door.

Na acht jaar wonen op het schip wordt Berend beurtschipper tussen Leeuwarden en Sneek, waar hij en Antje zich aan wal vestigen. Hoewel de grootste honger voorbij is, zijn de moeilijkheden dat niet. Het echtpaar verliest twee dochters. Eén als ze pas drie jaar oud is, de ander is begin twintig als ze vlak na haar huwelijk door een ongeluk op het schip om het leven komt: haar hoofd raakt een brugrand. Berend overlijdt in 1913, Antje een jaar later, op vijfenzeventigjarige leeftijd.

Rechtmatige plek
Antje was een gewone vrouw. Niet beroemd of berucht, maar bij toeval zichtbaar gebleven in de geschiedenis, omdat haar mannelijke nazaten – mijn vader en mijn oudoom, beiden Berend genaamd – de verhalen over haar aan mij hebben doorgegeven. Dat vrouwen zoals Antje anno 2020 hun rechtmatige plek in de geschiedenis terugkrijgen, wordt mooi zichtbaar in het Rijksmuseum, waar het schilderij van Nicolaas Baur over de Friese schaatswedstrijd voor vrouwen een centrale plek tussen ons collectieve erfgoed heeft gekregen.

Deze tekst is geschreven door Sietske van der Veen, historicus en freelance journalist. Momenteel doet zij als promovendus bij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis onderzoek naar de sociale mobiliteit en integratie van Joodse Nederlanders met een hoge(re) sociale status (1880-1940

Meer berichten