dinsdag 27 oktober, 2020 13:15
Logo rondomvandaag.nl/leeuwarden
Foto: Fier Fryslân

Fier Fryslân wil gezamenlijke aanpak tegen seksuele uitbuiting jongeren

  Zorg & Welzijn

Omdat het zondag 18 oktober de Europese Dag tegen de Mensenhandel is, laten organisaties als Fier, Sterk Huis en Koraal zich horen. Zij hebben de brief ‘Laat slachtoffers van seksuele uitbuiting niet in de kou staan’ geschreven. Zij vragen daarmee aan de landelijke politici om hun ogen niet te sluiten voor deze groep en vragen om een gezamenlijk aanpak van dit probleem.


In de brief schrijven zij: “We stellen een aanpak voor waarmee Fier, Koraal en Sterk Huis (mogelijke) slachtoffers kunnen blijven helpen en kunnen voorkomen dat jongeren slachtoffer worden van seksuele uitbuiting. Het is complex om de jongeren en de problematiek goed in beeld te krijgen. Dat blijkt ook weer uit het onderzoek onder jongeren die via Chat met Fier contact zochten, dat deze week verscheen. Maar het feit dát jongeren contact zoeken, ook al vormen zij het topje van de ijsberg, onderschrijft nog eens het belang van onze gezamenlijke inzet.”

Per jaar bijna drieduizend slachtoffers
Seksuele uitbuiting is in Nederland de meest voorkomende vorm van mensenhandel. Per jaar zijn er bijna drieduizend slachtoffers, voornamelijk jonge meisjes. Veel slachtoffers blijven uit beeld van de hulpverleningsinstanties; ze zitten gevangen in de greep van een mensenhandelaar (loverboy) of van een netwerk waarin seksuele uitbuiting plaatsvindt, met alle gevolgen van dien voor hun psychische en acute fysieke veiligheid.

Er zijn innovatieve benaderingen nodig om de meest onzichtbare groep slachtoffers van mensenhandel in beeld te krijgen. De anonieme chatfunctie van Centrum Kindermishandeling Mensenhandel (CKM) is zo’n innovatie. Het lukt daarmee om 12% van de mogelijke doelgroep in beeld te krijgen. Waar 97% van de slachtoffers onzichtbaar blijft voor officiële instanties. Wat we ons ook goed moeten realiseren, is dat er een grote samenhang is tussen seksuele uitbuiting en criminele netwerken.

Specifieke gespecialiseerde hulp nodig
Komen slachtoffers wél in de hulpverlening terecht, dan blijken de gevolgen van het geweld, de repressie en de seksuele uitbuiting vaak groot. De traumatische ervaringen die deze kinderen en jongvolwassen en opdoen, leiden op zowel korte als lange termijn vaak tot een waaier aan ernstige en complexe problemen. Ze zullen moeten leren leven met hun hele pijnlijke ervaringen, angsten en verstoorde vertrouwen. Dit vraagt om specifieke, gespecialiseerde hulp.

Nu staat de inhoudelijke noodzaak van een landelijk specialisme voor ernstig beschadigde en getraumatiseerde kinderen en jongeren – gelukkig – niet ter discussie. Tegelijkertijd concluderen wij (Fier, Koraal en Sterk Huis) dat de financiële continuïteit van onze specialistische, hoogcomplexe zorg – een schaars landelijk specialisme – onder druk staat. Gemeentes, regio’s en verzekeraars hanteren elk hun eigen voorwaarden, protocollen en tarieven; een wildgroei aan contracten, regeldruk en verkokerde budgetten (Jeugdzorg, Wmo, GGZ, Wlz, (S)VO, MBO) zorgt voor een enorme administratieve druk.

Ongewenste versnippering van financieringsstromen
Doordat er voor specialistische, integrale zorgprogramma’s als de onze – waarin zorg, onderwijs en (arbeids)participatie geïntegreerd zijn – geen integrale bekostiging bestaat, werken we noodgedwongen met een enorme versnippering aan financieringsstromen; elk met hun eigen regels en eisen. Als zorgverleners zijn we dan ook noodgedwongen veel capaciteit kwijt aan de spreekwoordelijke paarse krokodil terwijl we die capaciteit liever inzetten voor waar we in het leven zijn geroepen: zorg verlenen. Dit staat een integrale aanpak in de weg – en maakt deze soms zelfs onmogelijk.

Daardoor dreigt het bieden van hoogcomplexe, sectoroverstijgende en integrale behandeling in onze gedecentraliseerde en geregionaliseerde stelsels, steeds meer een mission impossible te worden. Voor ons als hulpverleners is dat onverteerbaar: júist bij uitbuiting en mensenhandel is er vaak sprake van een acute dreiging en is het enorm belangrijk dat er snel gehandeld wordt. Het wachten op een indicatie of een verwijzing voor specialistische hulp duurt te lang, met het risico dat deze kinderen en jongvolwassenen tussen onze vingers doorglippen.

En dat is doodzonde, want een investering nú voorkomt niet alleen grotere emotionele, maar ook maatschappelijke schade op lange termijn. Onze conclusie: de landelijke en specialistische bovenregionale functies passen niet in een gedecentraliseerd stelsel (Jeugdwet en Wmo) aan de ene kant, en een op concurrentie gebaseerd, regionaal stelsel (ZVW) aan de andere.

Samen werken aan perspectief
We doen daarom een dringend beroep op de politiek om te investeren in de beste kansen voor kwetsbare slachtoffers van seksuele uitbuiting. Ten eerste: Maak werk van ontschotting. Juist integrale programma’s als de onze bieden perspectief en zijn een belangrijke voorwaarden om na het behandeltraject een zelfstandig leven te kunnen opbouwen. Ten tweede: Zorg voor integrale financiering; hef de voorwaarden en eisen die een integraal behandelprogramma in de weg staan op.

Ten derde: Bied ons de ruimte voor pilots, waarin we kunnen laten zien wat de duurzame waarde is van het inzetten van specifieke specialistische kennis. Laten we samen werken aan perspectief voor seksueel uitgebuite kinderen en jongeren. En aan een wereld waarin zij weer centraal staan, in plaats van regels, kokers en financieringsbronnen.”

Meer berichten