Afbeelding
Foto: RondOm Vandaag

'Het doet wat met je, het geeft een soort kick'

NIJEHOLTWOLDE - Terwijl de meeste bezoekers op een festival genieten van muziek en gezelligheid, staat Hans de Vries paraat als er iets misgaat. Hij is sinds drie jaar actief als Evenementen Eerstehulpverlener bij het Rode Kruis en zet zich in om mensen te helpen op uiteenlopende evenementen. In het kader van de Internationale Dag van het Rode Kruis - die jaarlijks op 8 mei plaatsvindt - ging RondOm de Stellingwerven met hem in gesprek over dit vrijwilligerswerk. 

In zijn dagelijks leven werkt Hans als Manager Technische Dienst bij het distributiecentrum van Lidl in Heerenveen. Daar kwam hij voor het eerst echt in aanraking met eerste hulp. “Ik werd Hoofd BHV en vond dat altijd erg leuk om te doen. Als je iemand kunt helpen en goed kunt overdragen aan de ambulance, geeft dat een bepaalde voldoening,” zegt hij. Die voldoening was zo groot, dat hij op zoek ging naar meer. “Ik zag een oproep van het Rode Kruis, heb me erin verdiept en dacht uiteindelijk: dit ga ik doen.” 

Voorkeur voor festivals

Hans begon als basis eerstehulpverlener en groeide vervolgens door tot Evenementen Eerstehulpverlener. In die rol assisteert hij deelnemers en bezoekers van evenementen als sportwedstrijden en festivals. Die laatste categorie heeft zijn voorkeur, weet hij inmiddels. “De eerste keer ging ik mee naar een danswedstrijd, maar dat was niet helemaal mijn ding,” geeft hij toe. “Evenementen waarbij muziek is en je ‘s avonds en ‘s nachts bezig bent, vind ik interessanter en leuker.”

De vrijwilliger noemt een autocross als voorbeeld, maar ook Dicky Woodstock. Dat is een meerdaags festival waarbij hij meerdere diensten draait. “In totaal gaat het om 32 uur, maar ik slaap dan wel thuis hoor, het is vlakbij,” vertelt hij. Op festivals als deze plakt hij onder andere pleisters, verzorgt hij bloedneuzen en ontmoet hij regelmatig mensen die niet meer aanspreekbaar zijn. “De ziekte van Heineken, zeg ik weleens. Mensen drinken te veel. Dat is misschien niet altijd verstandig, maar het heeft geen zin om mensen daarop te wijzen. Het maakt ook niet uit, want op dat moment ben je er om te helpen, niet om te oordelen.”

Leuke en minder leuke momenten

Vrijwilligers bij het Rode Kruis moeten minstens 52 uur per jaar maken, maar daar zit Hans gemakkelijk boven. Dat hij er veel tijd in steekt, vindt hij geen probleem. Zijn vrouw overigens ook niet. “Ze weet dat ik daarvan opleef. Ze kan ook niet klagen, want ze krijgt er een gelukkige man voor terug,” lacht hij. Dat geluk zit hem simpelweg in het helpen van mensen. “Het doet wat met je, het geeft een soort kick.”

Toch kent het vrijwilligerswerk ook minder leuke momenten, weet Hans. “Je kunt natuurlijk te maken krijgen met levensbedreigende situaties. Ik heb bijvoorbeeld wel eens mensen met een hartritmestoornis en een TIA geholpen, dat is wel heftig.” Vrijwilligers die zoiets meemaken, kunnen binnen het Rode Kruis terecht bij het Team Collegiale Ondersteuning (TCO). “Daar kun je mee praten om het een plek te geven,” legt hij uit. Zelf heeft hij daar minder behoefte aan. “Ik kan zulke situaties redelijk goed zelf verwerken. Ik heb het erover met het team en daarna is het voor mij klaar.” 

Zet die stap

Voor mensen die nog twijfelen of ze ook vrijwilliger bij het Rode Kruis willen worden, heeft Hans een duidelijke boodschap: “Zet die stap. Het brengt je meer dan je denkt.” Hij benadrukt dat je van tevoren niet per se ervaring hoeft te hebben. “Ook zonder voorkennis kun je beginnen. Je wordt opgeleid en je staat er nooit alleen voor. Vrijwilligers werken altijd samen. Twee weten immers meer dan één.”