Marit is stagiair op de redactie van RondOm Vandaag. Omdat het op 25 mei de Dag van de Stagiair was, schrijft zij dit keer een column.
Marit is stagiair op de redactie van RondOm Vandaag. Omdat het op 25 mei de Dag van de Stagiair was, schrijft zij dit keer een column. Foto: RondOm Vandaag

Ik weet al waar mijn vrienden dit
weekend zijn geweest

Toen Snapchat in 2011 verscheen, draaide het vooral om tijdelijke foto’s sturen. Foto weg, moment voorbij. Maar in 2017 kwam daar de Snap Kaart bij: een functie waarmee gebruikers live kunnen zien waar hun vrienden zijn en wanneer ze voor het laatst online waren. Inmiddels kun je zelfs zien hoeveel batterij iemand nog had op het moment dat diegene actief was. De functie kwam met privacy-instellingen. Je kunt zelf bepalen wie je locatie ziet of hem volledig uitzetten. Bijna iedereen die ik ken heeft de functie aanstaan.

Voor mensen die Snapchat niet gebruiken: stel je een digitale landkaart voor waarop vrienden als poppetjes verschijnen. Je ziet wie thuis is, wie in de stad loopt en wie blijkbaar nog ergens onderweg is. Handig bedoeld misschien, maar ik kan me weinig momenten bedenken waarop die functie echt noodzakelijk is. 

Zelf heb ik mijn locatie voor iedereen uitstaan. Niet omdat ik iets te verbergen heb, maar omdat ik niet begrijp waarom anderen altijd moeten kunnen zien waar ik ben. Het idee dat dat altijd zichtbaar is, zou me onrustig maken. Toch merk ik ook bij mijzelf hoe normaal die functie is geworden. Soms open ik zonder er bij na te denken de Snap Kaart om te kijken waar mijn vrienden zijn. Het is erin geslopen.

Wat het misschien nog vreemder maakt, is dat ik ook van mensen met wie ik eigenlijk geen contact meer heb, maar nog wel op Snapchat heb, hun locatie kan zien. Mensen met wie je niet meer praat, maar waarvan je toch weet waar ze zijn. Dat voelt ongemakkelijk. Alsof een gesprek is gestopt, maar het meekijken gewoon doorgaat. En dat is niet alleen iets van de Snap Kaart. Ook het gebruik van Snapchat zelf gaat vaak automatisch. Snaps (foto’s) sturen gebeurt zonder nadenken, net als verhalen bekijken. Daardoor veranderen gesprekken ook. Ik merk het bij vrienden: soms vertelt iemand enthousiast over een avond, terwijl ik de helft al online heb gezien. 

Op school is dat niet anders. Op maandag weet je vaak al wie waar is geweest in het weekend, zonder dat je het hoeft te vragen. Laatst had ik een gesprek met een vriendin die met school activiteiten ging ondernemen ergens in het midden van het land. Terwijl ze vertelde, wist ik al waar ze was geweest en kon ik deels raden wat ze daar had gedaan. Het gesprek dat vroeger vanzelf ontstond, is lang niet zo spontaan meer en maakt het minder leuk om ernaar te luisteren of om erover te vragen. Sociale media zou mensen dichterbij elkaar brengen, maar soms lijkt het alsof echte gesprekken juist verdwijnen.

Ik deel zelf ook dingen met vrienden via Snapchat, maar niet zoveel dat er niets meer overblijft om elkaar in het echt te vertellen. Toch ontstaat er snel sociale druk. Als je ziet waar anderen zijn voelt het gauw alsof jij iets mist. FOMO - Fear Of Missing Out - is mede door dit ‘probleem' een term die je hedendaags veel vaker hoort.

Ondanks alle problemen en irritaties open ik tóch nog steeds de Snap Kaart. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.