Ik mis mijn ouders, maar niet
op dezelfde manier

Elke ochtend wandel ik een half uurtje met onze hond Milo langs het riviertje De Drait. Ik ken hier bijna alle grassprieten, wilgentakken en rietpollen, want ik woon hier al mijn hele leven. Zo vroeg in de ochtend, wanneer er nog wat mist over De Drait kronkelt en de zon langzaam opkomt, heb ik alle tijd en ruimte om na te denken. Vaak over praktische zaken, boodschappenlijstjes of interviewvragen, maar zeker ook over de grote vragen van het leven. 

Een tijdje terug nam ik het besluit om vaker bewust stil te staan bij het verlies van mijn ouders. Soms visualiseer ik rouw als een zwarte bubbel in mijn ziel. Op sommige momenten, wanneer ik geconfronteerd wordt met hun afwezigheid of de herinneringen aan hun ziekzijn of sterven mij overvallen, dan blaast die bubbel zich op en vult het mijn gehele bestaan. Dan rouw ik op die klassieke manier waar je over leest in boeken en waar je naar kijkt in films. Dan zijn er tranen, dan is er woede. Maar die zwarte rouwbubbel is er altijd, ook als het niet opgeblazen en allesomvattend is. Tot nu toe ontkende ik meer dan eens die aanwezigheid, maar het is hoog tijd dat ik daarmee stop en af en toe in die bubbel duik uit vrije wil. Om te onderzoeken wat daar zit, welke pijn en verdriet het waard zijn om gevoeld te worden. 

Ik ben blij dat ik de keuze heb gemaakt om dit te doen, want het geeft mij waardevolle inzichten. Ik voelde mij bijvoorbeeld altijd schuldig over het feit dat ik het verlies van mijn moeder anders ervaar dan die om mijn vader. Voor hun overlijden dacht ik altijd dat ik mijn moeder meer zou missen. Ik was immers altijd een moederskindje. In de maanden na mijn vaders dood merkte ik opeens dat juist de afwezigheid van mijn vader veel groter én definitiever voelde. Beide ervaringen arriveerden hand in hand met een schuldgevoel. Hoe kan je nou één ouder meer missen dan een ander? 

Terwijl ik al wandelend in mijn rouwbubbel duik, besef ik dat ik niet de ene meer mis dan de andere, maar dat het een ander gemis is. Mijn vader mis ik als ik naar een mooi theaterstuk kijk, als mijn neefje jarig is of als mijn zusje verhuist. Ik mis zijn aanwezigheid in mijn leven, zijn wijze raad en vergezochte metaforen. Ik mis zijn slapende lichaam op de bank, zijn geluidjes in het huis, onze gedeelde liefde voor de hond. Het is een praktisch, bijna tastbaar missen. De rouw om mijn moeder is dierlijker en instinctiever. Het is een wezentje in mijn hoofd dat altijd op zoek is naar haar liefde. Een beestje dat door mijn zijn sluipt, snuffelt, graaft, springt en duikt, op zoek naar die warmte, naar dat veilige holletje dat niet meer bestaat. 

Ik mis mijn ouders. Op een andere manier, maar dat is niet erg. Ik aai het zoekende wezentje. Blijf maar zoeken, denk ik, wie weet vinden we nog een restje van die warmte, of bouwen we later een nieuw holletje. En op momenten dat ik mijn vader mis zeg ik: Ik wou dat hij hier was. Zonder mij schuldig te voelen dat ik niet uitspreek dat ik ook zou willen dat mijn moeder hier was.